67. "IK ARRESTEER U"

"Hier zit ik nu in 'Het Blokhuis' op een stinkende stromatras, in een schemerachtig, vochtig, stinkend hol, samen met nog vier gevangenen. Eén krijst en vloekt en slaat zijn vuisten stuk op de muur, één zit, ineengedoken in een hoek zachtjes te huilen en de twee anderen kijken wezenloos voor zich uit".

67. ‘IK ARRESTEER U ’

 

 

  

In jaren had ik mij niet zo goed gevoeld.

Een geluksgevoel had zich zozeer van mij meester gemaakt dat ik, denkend aan Pietsje, Jelte en Jacobus, mij er schuldig over voelde. Gevoelens van geluk, onzekerheid, angst en schuld maakten zich nu beurtelings van mij meester. 

De hele nacht lag ik te woelen in mijn bed en deed geen oog dicht. 

“Ik moet terug, terug naar mijn jongens, ik mag hier niet veilig en gelukkig in Visvliet blijven terwijl zij....,” maar op dat moment werd er beneden hard op de voordeur geslagen. ”Open de deur en snel, of we breken hem open”, werd er geschreeuwd. Toen ik even later de deur voorzichtig opende, stormden vijf soldaten tegelijk naar binnen. 

Ik viel achterover op de grond. Een keurig geklede heer boog zich over mij heen en vroeg:

”Bent U Eise Eisinga?”.

Ik krabbelde overeind, zonder iets te zeggen. De soldaten grepen mij vast en duwden mij de woonkamer binnen. De ‘keurige heer’ nam plaats achter het bureau. Ik moest blijven staan. Drie soldaten gingen naar buiten, twee stelden zich op bij de kamerdeur. 

       “Ik ben de Grietman van Visvliet en heb opdracht U te arresteren.” 

Hij toonde mij een arrestatiebevel. 

“Bent U Eise Eisinga, de voortvluchtige Patriot?”, vroeg hij nogmaals .

” Ik ben Eise Eisinga”, antwoordde ik kortaf. 

“En sinds wanneer woont U hier in Visvliet ? “Sinds april.” 

“En waarom bent U Franeker ontvlucht en woont U hier?” 

“Ik probeer hier de kost te verdienen als wolkammer”. 

“Ik wil weten waarom U bent gevlucht”, beet hij mij toe.

Ik zweeg. 

Op dat moment kwam Trijntje hevig verschrikt binnen, gevolgd door Sikkema. “Wat is er aan de hand”, riepen ze. Een soldaat greep ze beiden vast en duwde ze de kamer weer uit. 

       ”In het arrestatiebevel lees ik”, ging de Grietman onverstoorbaar verder, “dat U lid bent van het defensiewezen van Franeker en dat U tot oproer en omverwerping van de regering hebt aangezet en verder dat er sinds 1787 naar U wordt gezocht. Waar hebt U al die tijd gezeten?”

Ik zweeg. 

“U bent gevlucht omdat u weet dat U schuldig bent, ik arresteer U.

Ik geef U tien minuten om U aan te kleden en Uw koffers te pakken. Mannen rijd de koets voor en voer de arrestant onmiddellijk af.”

Ik ging naar boven, gevolgd door Trijntje, die zich had losgerukt van haar bewakers. Ze greep mij vast en riep: “Blijf Eise, blijf.” “Ik kom terug, ik kom terug, dat beloof ik je Trijntje”. Ik pakte snel wat kleren, schrijfgerei, boeken en schriften en stopte alles in een koffer. Eén schrift met de laatste verhalen gaf ik Trijntje. 

Beneden nam een van de soldaten mij mijn koffer af. Ik werd geboeid en als een misdadiger afgevoerd.

        De reis naar Leeuwarden verliep allesbehalve voorspoedig.

De weg zat vol gaten en was bezaaid met stenen Je voelde elke kuil en steen en we werden heen en weer geslingerd. We waren Visvliet nog niet uit toen de koets in een diepe kuil abrupt tot stilstand kwam. De beide bewakers vielen voorover boven op mij. 

Het rechter voorwiel was gebroken. Eén van de soldaten ging te voet terug naar Visvliet om hulp te halen. 

       Na ruim een uur kwam hij terug met een wielmaker. Het herstel duurde al met al bijna drie uren. Al die tijd zat ik in de koets, nauwlettend in de gaten gehouden door de soldaten en begluurd door voorbijgangers.

       In de namiddag reden we Leeuwarden binnen. Bij aankomst in het Blokhuis werd ik ondervraagd door een man in uniform achter een schrijftafel.

“Paspoort “. En terwijl hij mijn paspoort bestudeerde vroeg hij naar mijn naam. 

Toen ik antwoordde, keek hij heel even op. “Leeftijd?, beroep?, adres?” Om de kleur van mijn ogen vast te stellen, kwam hij overeind, keek mij diep in de ogen en mompelde terwijl hij de gegevens noteerde: “Ogen grijs, gezicht ovaal, bijzondere kenmerken geen”. 

       Na de ondervraging moest ik mij uitkleden en gevangeniskleren aantrekken. 

Vervolgens kwam een scheerbaas mij kaal scheren en werd ik naar een cel gebracht. 

Toen ik bij de scheerbaas in de spiegel keek, schrok ik van me zelf. Ik zag eruit als een boef.

       Hier zit ik nu op een stinkende stromatras, in een schemerachtig,vochtig, stinkend hol, samen met nog vier gevangenen. 

Eén krijst en vloekt en slaat zijn vuisten stuk op de muur, één zit, ineengedoken in een hoek zachtjes te huilen en de twee anderen kijken wezenloos voor zich uit. 

Ik spreek ze een voor een aan, maar ze reageren niet op mijn uitgestoken hand.

Een deprimerende omgeving en zo voel ik mij ook van binnen. 

Ik weet niet waar ik het moet zoeken. 

Mijn koffer met kleren heb ik teruggekregen maar mijn boeken en schriften met aantekeningen zaten er niet meer in.

 

 

                                    EISES DIGITALE SCHATKIST

                                   KIJK, LEES, DOE EN ONTDEK

 

 

Vindt leuk'De geschiedenis van het Blokhuis in woord, beeld en geluid vind je op :

http-::www.blokhuispoort.nl:blokhuis-blokhuispoort.htm

 

 

“Paspoort “. En terwijl hij mijn paspoort bestudeerde vroeg hij naar mijn naam. Toen ik antwoordde, keek hij heel even op. “Leeftijd?, beroep?, adres?” Om de kleur van mijn ogen vast te stellen, kwam hij overeind, keek mij diep in de ogen en mompelde terwijl hij de gegevens noteerde: “Ogen grijs, gezicht ovaal, bijzondere kenmerken geen”.

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

29.05 | 21:29

Wat een mooi geheel! zoveel informatie, zoveel wijsheid, zoveel beschaving, en dat al van zo lang geleden! Laten we dit alles in ere houden en vooral: doorgeven

...
12.12 | 16:08

Wat merkwaardig dat de vrouw van Lambertus Nieuwenhuis Emma wordt genoemd. Zij heet in werkelijkheid Catharina (Katharina) van Lochem (1738-1817)

...
15.11 | 14:06

Het portret op deze pagina is niet van Arjen Roelofs maar van diens biograaf Worp van Peijma. Toen Arjen stierf in 1828 bestonden er nog geen foto-portretten.

...
30.10 | 15:48

Uiterlijk gaan de verhalen over het leven van Eise en de tijd van de verlichting. Maar innerlijk worden uiteraard de gedachten en gevoelens van Meinte Vierstra zelf weerspiegeld. En hoe mooi en zo herkenbaar. De humor, de (jongens)dromen, het voortschrij

...
Je vindt deze pagina leuk