38. EEN AARDIG WERKTUIGJE

“We hebben gehoord dat u een aardig werktuigje hebt gemaakt”, zei een van hen, “en we wilden U vragen, of we het wel even mogen bezichtigen.” “Niet te geloven”, mompelde Van Swinden, toen hij het raderwerk aanschouwde.

                                                      

Op een winteravond in februari 1780 stonden geheel onverwacht drie professoren van de Franeker universiteit bij ons voor de deur.

“We hebben gehoord dat u een aardig werktuigje hebt gemaakt”, zei een van hen, “en we wilden U vragen, of we het wel even mogen bezichtigen.”

 “Ja, maar het is nog niet helemaal klaar”, reageerde ik verrast, “en ik weet niet, of het wel de moeite waard is”, sputterde ik tegen. Het liefst had ik ze niet binnengelaten, maar ik kon ze de toegang toch niet weigeren?

      

Eenmaal in de kamer viel het allemaal reuze mee. Ze stelden zich voor: 

Jan Hendrik van Swinden, Gadso Coopmans en Elias Wigeri.

Ze keken nieuwsgierig om zich heen. Misschien geloofden ze niet dat ik alles zelf had bedacht en gemaakt, want één van hen, professor Van Swinden, vroeg mij of ze de boeken mochten zien, die ik bij de bouw had gebruikt.

       “Ik heb geen boeken, maar wel een paar schriften met wiskundige berekeningen en bouwtekeningen”. 

Ik toonde hen mijn ‘Grondbeginselen der Astronomie of Starreloopkunde’ en verder nog een schrift met berekeningen van alle zons - en maans verduisteringen.

“Om de planeten gemakkelijk te kunnen vinden, heb ik voor elke maand een tafel gemaakt, waarop ik de standplaatsen van de planeten heb getekend en berekend.”

Ze bladerden erin en keken mij aan alsof ze het toch niet geloofden. 

Of was het verbazing?

“Ja , die berekeningen vind ik wel handig want dan kan ik de planeten ‘s-avonds sneller aan de hemel vinden. 

       Kijk hier is de tafel met de stand van de planeten voor deze maand. 

Wanneer U naar boven kijkt, ziet U dat de stand van de planeten dezelfde is als op de tafel voor de maand februari.

Wanneer mijn Planetarium klaar is, zijn de tafels eigenlijk overbodig en kan ik tot in lengte van jaren op ieder moment de juiste stand van de planeten in één oogopslag aflezen.”

De heren bladerden in de schriften, keken beurtelings naar mij en naar het plafond en zwegen. Alleen het tikken van het planetarium uurwerk was te horen.

Professor Van Swinden verbrak de stilte met de vraag of zij het uurwerk mochten zien, waardoor de hemellichamen zich langs het hemelsplein bewegen

Ik ging de heren voor langs het smalle laddertje naar de zolder.

       “Niet te geloven”, mompelde Van Swinden, toen hij het raderwerk aanschouwde. 

“Wie heeft de tandwielen gemaakt ?” vroeg hij. “Ik heb de hoepels en schijven van eikenhout gemaakt, antwoordde ik, “en er zitten ongeveer 10.000 met de hand gesmede spijkers in, die als tanden dienst doen.”

“We hoorden dat U ‘een aardig werktuigje’ had gemaakt, maar dit overtreft mijn stoutste verwachtingen”, sprak Van Swinden. 

Maar U kent toch ‘Connaissance des temps’ wel, het belangrijkste studieboek op dit gebied, dat door alle grote geleerden in Europa wordt gebruikt?”, vroeg van Swinden.

“Nee, nog nooit van gehoord.”

“Maar U doet hetzelfde als de beroemdste sterrenkundigen in Parijs, Londen en Berlijn en zonder hulp van studieboeken? Het is niet te geloven! Ik heb dat boek in mijn bibliotheek, het zal u vast interesseren.”

       

We waren ondertussen weer naar beneden gegaan en hadden plaatsgenomen aan de tafel onder het Hemelsplein.

“Jammer dat het Planetarium nu klaar is en niet zeven jaar eerder, want dan hadden we veel onrust kunnen voorkomen”, sprak Coopmans.

“Een liefhebber der waarheid beweerde in 1774 dat de wereld zou vergaan.

Het veroorzaakte veel angst en onrust onder de bevolking. De provincie vroeg onze collega Ypey toen, om onderzoek te doen naar de juistheid van het onheilsbericht en een tegenbericht in de krant te schrijven om de bevolking te kalmeren.

Hij probeerde duidelijk te maken, dat de conjunctie van de planeten, geen enkele invloed op de aarde zou uitoefenen en dat van een apocalyps geen sprake kon zijn. Maar hij moest het als wetenschapper afleggen tegen het bijgeloof. 

Met Uw Planetarium had U in één oogopslag kunnen laten zien dat die zogenaamde ‘liefhebber der waarheid’ er met zijn bewering helemaal naast zat”.

“Is ondertussen bekend, wie die “liefhebber der waarheid” was?”, vroeg ik. 

antwoordde Coopmans. 

“We hebben wel een vermoeden, maar helemaal zeker weten we het nog steeds niet” 

“Ik zou het wel graag willen weten”, drong ik voorzichtig aan, “dan zou ik hem kunnen uitnodigen voor de opening van het Planetarium en nogmaals kunnen overtuigen van zijn ongelijk. Tegelijk kan ik hem dan bedanken, want zonder zijn onheilsprofetie was het Planetarium er misschien nooit gekomen”.

“Ik zal eens bij Ypey informeren, zo gauw ik zekerheid heb, hoort U van mij.”       

Bij het afscheid nodigde Van Swinden mij uit voor een tegenbezoek om kennis te nemen van ‘Connaissance des temps’.

“Dat studieboek zal U buitengewoon interesseren”, verzekerde hij mij nogmaals.         

 

 

BEZOEK AAN VAN SWINDEN

 

Op 16 maart 1780 bezocht ik Van Swinden. 

Ik weet die datum nog precies, omdat er een week later een conjunctie zou plaatsvinden van Jupiter en de maan. 

Ik heb toen voor het eerst dat beroemde boek over zons- en maansverduisteringen gezien. Het was alleen jammer dat ik de franse taal niet beheers, maar de tekeningen met de wiskundige formules begreep ik natuurlijk wel.

       “Weet u toevallig of er ook een voorspelling in staat over de conjunctie van de planeet Jupiter en de maan aanstaande maandagmorgen, 22 maart, om half zeven?” 

Van Swinden begon in het boek te bladeren. 

“Kijk hier staat een tekening, bedoelt U dit?” 

Ik zag het direct. Het was vrijwel dezelfde tekening, die ik had gemaakt.

Ik had mijn schriften meegenomen en legde mijn tekening naast de tekening in het boek.

Je had het gezicht van Van Swinden eens moeten zien. Zijn mond viel bijna open van verbazing, terwijl hij afwisselend naar de beide tekeningen keek en naar mij.   

       Die volgende maandag stond ik vroeg op en haastte mij met mijn kijker naar mijn vaste stek op het Bolwerk, vanwaar ik altijd naar de hemel kijk.

Ik was heel zeker van mijn zaak. De voorspelling moest uitkomen.

Van Swinden was er ook, samen met een aantal studenten en nog een collega hoogleraar in de sterrenkunde, Antoine Chaudoir.

       Om precies half zeven gebeurde, wat ik had berekend en voorspeld.

Daar, onnoemelijk ver boven ons, deden Jupiter en de maan precies hetzelfde als thuis bij mij aan het Hemelsplein. 

Er werd gejuicht en geapplaudiseerd en Van Swinden sloeg zijn armen om mij heen.

“Mogen we de conjunctie in het Planetarium zien?” vroeg een van de studenten.

“Ja, maar mijn Planetarium is nog niet klaar en mijn vrouw slaapt in de bedstee in de kamer.”

“Ik heb het mijn studenten en collega Chaudoir al min of meer beloofd”, zei Van Swinden.

“Nou vooruit dan maar”.

Ik voelde me ook wel een beetje vereerd met al die belangstelling.

Ik liep snel vooruit, waarschuwde Pietsje en trok de gordijnen van de bedstee dicht.

       “Het klopt, het klopt”, riepen de studenten in koor. Ik hoefde niets aan te wijzen. 

Ze waren vol bewondering en wilden alles zien. 

       De zoldervloer was op zoveel mensen echter niet berekend en Pietsje lag nog steeds in de bedstee. 

Van Swinden begreep, dat ik het bezoek graag wilde beëindigen en stelde voor om een nieuwe afspraak te maken. 

       Antoine Chaudoir, die tot dan alleen had geluisterd, zei dat hij nog graag een keer met zijn studenten wilde terugkomen. Ik kon toen nog niet vermoeden hoe de kennismaking met deze man mijn leven zou verrijken.  

       

Na ruim een uur vertrok het gezelschap. Zoveel mensen waren er nog nooit in onze woonkamer geweest. Ik was wat beduusd door alle belangstelling en voelde me voor het eerst een beetje trots op mijn Planetarium.

       Maar toen het gordijn van de bedstee openging, was dat gevoel snel verdwenen.

Pietsje was woest! 

“Al bijna zeven jaar voel ik mij een vreemde in mijn eigen huis en nu je bijna klaar bent, dringen allerlei wildvreemde mensen zomaar mijn kamer binnen”.

Om haar gerust te stellen, en om het werk verder af te maken, beloofde ik  voorlopig geen bezoekers meer toe te laten.

       

Maar er was een, die ik de toegang niet kon weigeren: Jan Hendrik van Swinden, bijna wekelijks kwam hij langs.

       ”Iedere keer ontdek ik weer wat nieuws. Het is nog mooier dan ik dacht”, zei hij na elk bezoek. 

Hij vond dat het Planetarium bekend moest worden in binnen- en buitenland. Daarom heeft hij de werking nauwkeurig beschreven in ‘Beschrijving van het Eisinga Planetarium’

Hij schreef het in minder dan vier maanden. 

Ik bouwde het Planetarium in zeven jaar.Toen ik helemaal klaar was, heb ik de volgende tekst op het plafond aangebracht: 

 

 

 

 

                            Planetarium Hemelsplein

                               zon -en maanwijzers 

                      is uitgedacht en vervaardigd door 

                                    Eise Eisinga  

                            in de jaren  1774 tot 1781                                                                                                                                                      

 

  

 

 

 

 

                          EISES DIGITALE SCHATKIST

                           KIJK, LEES, DOE EN ONTDEK

 

 

 

Jan Hendrik van Swinden, de ‘ontdekker’ van Eise had een bijnaam: ' PETER VAN DE METER' Het was eigenlijk een erenaam, want in 1789 heeft hij tijdens een internationale vergadering in Parijs meegewerkt aan het ontwerpen van een stelsel van maten en gewichten: 

Het metrieke stelsel met de meter, de liter en het gram. 

👍Kijk op   IJken   Doe als de ‘Peter van de Meter’  allerlei proeven en activiteiten die je daar vindt.

 

👍Probeer bij je bezoek aan het Planetarium de tekst te vinden die Eise aanbracht toen hij in 1781 zijn Planetarium had voltooid.

 

“Onnoemelijk ver boven ons, deden Jupiter en de maan precies hetzelfde als thuis bij mij aan het Hemelsplein en er werd gejuicht en geapplaudisseerd”, vertelde Eise.

En in Hier in deze kamer bouw ik mijn planetarium’ riepen de liefhebbers van de sterrenkunde:  “Wat fantastisch! Wat een een schitterend natuurgebeuren” bij het zien van de conjunctie. 

 

 

In mei 2000 was er opnieuw een samenstand die met het blote oog te zien was, en opnieuw werd hier en daar nogal paniekerig gedaan, maar we hebben er niets van gemerkt , dus…..

Alles weten over samenstanden, wat er gebeurt als alle planeten op een lijn staan? 

👍Op de volgende site worden al je vragen beantwoord :  Wat gebeurt er als alle planeten op een lijn staan? -Vragenover ... 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

13.10 | 22:07

Zelfs Nieuwenhuis zelf schrijft aan van Swinden dat Eisinga vanuit Gronau voor het eerst in Enschede aankwam, Maar ik lees hier nu een fantastisch verhaal dank!

...
26.01 | 18:08

Hiel moai hear!

...
29.05 | 21:29

Wat een mooi geheel! zoveel informatie, zoveel wijsheid, zoveel beschaving, en dat al van zo lang geleden! Laten we dit alles in ere houden en vooral: doorgeven

...
12.12 | 16:08

Wat merkwaardig dat de vrouw van Lambertus Nieuwenhuis Emma wordt genoemd. Zij heet in werkelijkheid Catharina (Katharina) van Lochem (1738-1817)

...
Je vindt deze pagina leuk