"56. ER MOET IETS GEBEUREN"

Gadso Coopmans (1746-1810) was hoogleraar in de medicijnen en een kundig huisarts die onvermogenden, werklozen, weduwen, wezen, dagloners en schippers zelden wat in rekening bracht. Zijn grootste naamsbekendheid verwierf hij als Latijns dichter. Wolfgang Goethe heeft zelfs werk van hem in het Duits vertaald.
Gezicht op het Stadhuis 1751. Rijksstudio 'Universiteit en Wetenschap'

                                                 

Er moet iets gebeuren”, klonk het in de Vroedschap. 

Maar wat er moest gebeuren, daarover waren de meningen sterk verdeeld. Er ontstond een verhitte discussie tussen de Vroedschapsleden. Enkele radicalen vonden dat de regenten de oorzaak van alle ellende waren en dat we hen moesten aanpakken, maar de gematigden, de meerderheid, waartoe ook ik behoorde, vond dat  geen tijd moest worden verspild met ruzie maken, maar dat we alles op alles moesten zetten om een ramp te voorkomen.

        Gadso Coopmans heeft ons toen geholpen de juiste maatregelen te nemen. Hij was hoogleraar in de medicijnen en een kundig huisarts die onvermogenden, werklozen, weduwen, wezen, dagloners en schippers zelden wat in rekening bracht. Toen Franeker enkele jaren geleden door een hevige pokkenepidemie werd getroffen verloor Coopmans zijn dochtertje Johanna. Veel mensen wist hij ervan te overtuigen dat inenten niet tegen Gods wil was.

Daarna pleitte hij voor het inenten tegen deze gevreesde ziekte.

Veel mensen wist hij ervan te overtuigen dat inenten niet tegen Gods wil was. Hij was verder een man met een brede belangstelling die behalve medicijnen ook chemie en filosofie had gestudeerd. 

 

Zijn grootste naamsbekendheid verwierf hij als Latijns dichter. 

Wolfgang Goethe heeft zelfs werk van hem in het Duits vertaald.

Hij stelde voor in alle woningen privaten te plaatsen, zodat er geen uitwerpselen meer in de grachten terecht kwamen. Verder moesten de Franekers geen plaatsen bezoeken waar de epidemie heerste en geen kleren, wollen stoffen, lompen, vodden en huiden uit besmette plaatsen invoeren. 

Tenslotte vond hij dat de poortwachters opdracht moesten krijgen geen bedelaars en pak dragende Joden toe te laten. 

 

Coopmans wist heel zeker waar de oorzaak van alle ellende moest worden gezocht, niet bij God, zwervers en bedelaars, maar in de stadsgrachten die na een lange droge zomer waren veranderd in stinkende modderpoelen vol ongedierte en waaruit de armen hun drinkwater nog steeds putten.

 

 “We hebben een gevaarlijke epidemie en daarmee een ramp kunnen voorkomen”, zei Coopmans, “maar er is allerminst reden de toekomst met vertrouwen tegemoet te zien.We zullen er op moeten toezien dat de maatregelen die we genomen hebben ter verbetering van de hygiëne nu door alle inwoners worden nageleefd. Gebeurt dat niet, dan voorzie ik dat er de komende zomer opnieuw een epidemie uitbreekt.

Maar er moet meer gebeuren, want een deel van onze medeburgers leeft nog steeds in volstrekte armoede en onder erbarmelijke omstandigheden. Het is een schande dat deze winter opnieuw armen en vooral jonge kinderen door kou en ondervoeding om het leven zijn gekomen.

 

Ik voelde mij door die opmerking erg aangesproken omdat ik als  armvoogd immers verantwoordelijk was voor de uitdeling van voedsel, brandstof en kleding voor de aller armsten. Ik moest er voor zorgen dat ze niet van de honger omkwamen.

      “Laat er geen misverstand over bestaan”, sprak hij met nadruk, terwijl hij mij aankeek, “de noodhulp die nu wordt verleend is goed georganiseerd en daarmee moeten we zeker doorgaan, maar de liefdadigheid van stad en diaconie schiet te kort en is onmachtig om de als maar groeiende armoede te keren, het is dweilen met de kraan open”.

Vervolgens ontvouwde hij een plan om een stadsarmenhuis te bouwen, waar volwassenen konden werken en kinderen, zowel jongens als meisjes, werden onderwezen in lezen, schrijven en rekenen. 

We stemden in met het plan en tijdens de eerstvolgende vergadering van de vroedschap werd het door de gehele vroedschap overgenomen. 

Het moest een werkinrichting worden waar arme werkloze volwassenen en oudere kinderen door wolkammen, spinnen, weven, breien en touw pluizen hun eigen inkomen konden verdienen. 

Zij moeten leren zich spaarzaam, sober, geduldig, godvruchtig, ijverig en met respect voor de hoger geplaatsten te gedragen”.

Verder bepaalde de Vroedschap dat er een bedelverbod moest worden  afgekondigd zodat niemand zich aan de plicht tot werken kon onttrekken.

Als armvoogd kreeg ik de opdracht de plannen nader uit te werken en werd ik officieel aangesteld tot ‘bouwmeester van het stadsarmenhuis’.             

 

 

            “Door nuttigen arbeid, opvoeding en onderwijs 

         moet de zedelijke graad der armen worden verhoogd”.           

 

 

 

 

                                    EISES DIGITALE SCHATKIST

                                    LEES, KIJK, DOE EN ONTDEK

 

 

Vindt leuk' Hygiene en schoon drinkwater was TOEN in Eises tijd een ernstig probleem.        

NU in onze tijd is het in veel landen nog steeds een groot probleem.

Kijk en luister over drinkwater en hygiëne in  Nepal :

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20081218_kindersterfte

 

  Vindt leuk'Hoe wij ons rioolwater zuiveren tot drinkwater lees je  

op: http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20030701_water05# 

 

Op Twitter 17-11-2014
Op Twitter 18-11-2014

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

29.05 | 21:29

Wat een mooi geheel! zoveel informatie, zoveel wijsheid, zoveel beschaving, en dat al van zo lang geleden! Laten we dit alles in ere houden en vooral: doorgeven

...
12.12 | 16:08

Wat merkwaardig dat de vrouw van Lambertus Nieuwenhuis Emma wordt genoemd. Zij heet in werkelijkheid Catharina (Katharina) van Lochem (1738-1817)

...
15.11 | 14:06

Het portret op deze pagina is niet van Arjen Roelofs maar van diens biograaf Worp van Peijma. Toen Arjen stierf in 1828 bestonden er nog geen foto-portretten.

...
30.10 | 15:48

Uiterlijk gaan de verhalen over het leven van Eise en de tijd van de verlichting. Maar innerlijk worden uiteraard de gedachten en gevoelens van Meinte Vierstra zelf weerspiegeld. En hoe mooi en zo herkenbaar. De humor, de (jongens)dromen, het voortschrij

...
Je vindt deze pagina leuk