58. TWEEDRACHT IS ONZE GROOTSTE VIJAND

WILLEM V

                                    

 

 

 

 

 

Ook Gadso Coopmans en Johan Valckenaar hadden zich geërgerd aan de tekst op de muursteen, maar veel  tijd om ons er druk over te maken was er niet, want in diezelfde tijd ontstonden er problemen op de universiteit. Doordat het aantal studenten al enkele jaren sterk terugliep, kwamen er minder inkomsten. De Staten wilden de tekorten niet aanvullen en verlaagden de jaarlijkse bijdrage met veertienduizend gulden, waardoor vier professoren moesten vertrekken.

De curatoren van de Universiteit probeerden de bezuinigingen ongedaan te maken, maar de Staten wezen het verzoek af. 

Het wel en wee van de universiteit raakte echter de hele stad. 

Zo liepen de verdiensten van middenstanders en kamerverhuurders sterk terug en ook de huizenprijzen daalden in korte tijd. Wij besloten daarom in de Vroedschap er bij de Staten op aan te dringen het besluit over de bezuinigingen te herzien. 

Er werd echter niet naar ons geluisterd. 

Ons verzoek werd resoluut afgewezen. Als gevolg van deze malaise begon de Stadsregering zich onder leiding van de professoren Valckenaar en Coopmans, steeds meer te verzetten tegen de Staten in Leeuwarden.

Ik was  lid van de Vroedschap geworden om als armvoogd de zorg voor de armen in de stad te organiseren. Tijdens de epidemie was mij echter al snel duidelijk geworden dat behalve de regenten in Leeuwarden ook enkele radicale leden van de vroedschap, weinig belangstelling voor die problemen hadden en met de bouw van een armenhuis had de stad meer dan genoeg gedaan voor ‘het grau’, vonden ze.

En nu we een conflict met de Staten hadden, bleek dat ze maar één doel hadden: snel een einde maken aan de macht van de regenten. 

Valckenaar stelde in de Vroedschap de vraag: “Vinden jullie dat de regenten de belangen van onze stad dienen?”

Dat de regenten dat niet deden, daarover waren we het binnen de Vroedschap wel eens. “Dat betekent dat de Franeker Vroedschap vanaf nu Patriottisch is”, concludeerde hij kort maar krachtig. 

De radicale leden applaudisseerden en riepen: “Wij zijn de ware patriotten”, “wij komen op voor de belangen van het volk”, “weg met de regentenkliek” en “wij nemen de macht over”.

          Het besluit om onze universiteit te korten, was voor mij en andere gematigde vroedschapsleden het moment waarop ook wij langzaam maar zeker tegenover de Staten kwamen te staan en gedwongen werden partij te kiezen. Behalve de leden van de Vroedschap moesten, naarmate de spanningen opliepen, ook ‘de stillen’ onder de burgers partij kiezen.

Het leek wel alsof nu iedereen politiek actief werd.

 Onze achterbuurman, notaris Stinstra, bekende ‘kleur’ door zich met een oranje lint op straat te begeven en buurman, koperslager Jellema, had wandborden in zijn etalage geplaatst met de beeldtenis van Willem V. Maar er waren ook, die geen partij wilden kiezen, zoals grutter Johannis Pook: ”Ik als neringdoende kan niet kiezen”. Hij was bang dat kiezen hem klanten zou kosten.

        Het werd allemaal nog erger toen Engeland ons in 1780 de oorlog verklaarde en Nederland schepen en koloniën verloor. De oorlog werd  één groot fiasco en Stadhouder WillemV werd als de hoofdschuldige aangewezen. 

“We hebben nu drie vijanden”, riepen de radicalen: Engeland de vijand van buiten en Willem V en de Oranjegezinde regenten zijn de vijanden van binnen”. 

      Toen ik enige tijd na de opening van het Planetarium de buren uitgenodigde om een kijkje te komen nemen, sloegen Stinstra en Jellema de uitnodiging af en ook andere genodigden lieten het afweten. “Je bent van de verkeerde kant Eisinga, wij willen niets meer met je te maken hebben”, werd mij te verstaan gegeven.

 

 

Gelukkig waren er ook die, anders dan mijn buren, niet zo ‘zwart -wit’ dachten, waaronder mijn vriend Idsert van Humalda. Hij was in die tijd raadsheer van het ‘Hof van Friesland’ en ijverig voorstander van het Huis van Oranje.

Hij begreep waarom ik lid van de Vroedschap was geworden en waardeerde mijn werk als armvoogd.

         Ook de Franeker universiteit was door de Leeuwarder  bezuinigingen  verdeeld. De professoren Gadso Coopmans en Johan Valckenaar waren Patriot en Petrus Camper was een vooraanstaand Orangist. 

Dankzij mijn Planetarium was ik met hen bevriend geraakt. 

Idsert maakte zich grote zorgen over de tweedracht tussen Patriotten en Orangisten. ”De tweedracht is onze grootste vijand”, zei hij. “Het is een monster dat onszelf, onze vriendschappen, ja ons hele land zal verscheuren.” Hij vond dat we iets moesten doen om het naderende onheil, zoals hij het zag, te keren. Hij stelde voor om een gesprek te organiseren tussen Oranjegezinden en Patriotten. We nodigden Petrus Camper, Theodorus van Kooten, Gadso Coopmans, Coert van Beyma en Johan Valckenaar uit voor een gesprek bij mij thuis, onder het Hemelsplein.

Van Beyma wees de uitnodiging af. Petrus Camper liet weten het initiatief te respecteren, maar niet op de uitnodiging in te gaan: “Ik bewonder U vanwege het planetarium, waardeer Uw werk als armvoogd voor onze stad, heb begrip voor de positie waarin U als lid van de Vroedschap terecht bent gekomen, maar ik zal niet ingaan op Uw uitnodiging, omdat een gesprek de tegenstellingen alleen maar zal vergroten.”

Zijn collega Valckenaar, wist hem echter over te halen toch mee te doen. 

Op voorstel van Idsert zou ik Frans Hemsterhuis vragen het gesprek te leiden. Dat bleek echter niet zo’n goed idee. “Wil Idsert met de Patriotten spreken?

 Zij zijn ‘la maladie mortelle de ma pauvre patrie”(dodelijke ziekte van mijn arme land), riep hij woest. “Als die aan de macht komen, zijn we overgeleverd aan ’la tyrannie la plus abominable".

Onder het Hemelsplein had ik een ronde tafel geplaatst met daaromheen zes stoelen, onder de zes planeten die boven ons om de zon bewogen.

Idsert opende de bijeenkomst.

“Onze vriendschap en onze liefde voor stad  en vaderland brengen ons hier vandaag bij elkaar”, sprak hij. “ Eén doel verenigt ons: vrede, vrijheid, voorspoed, en gezondheid voor alle landgenoten. Maar door de oorlog met Engeland is alles in gevaar wat ons dierbaar is.

En  een nieuwe nog grotere vijand ligt op de loer om alles te verscheuren: de tweedracht  tussen Patriotten en Orangisten. Wij zijn hier vandaag bijeen om dat naderende onheil te keren”. Hij was nog niet  uitgesproken, maar Petrus Camper viel hem in de rede: “Maar Idsert, wie is hier Patriot en wie niet? Je zegt dat  onze gemeenschappelijke liefde voor stad en vaderland ons hier vandaag bij elkaar brengt. Dat betekent dat wij allemaal Patriotten zijn. Bij mij staat het vaderland bovenaan en mijn Oranjeliefde is daaraan ondergeschikt. Ik laat mij niet in de tegenstelling vaderland en Oranje dringen en ik accepteer niet dat de tegenstanders van Oranje zich de erenaam Patriot toeëigenen.”

                                                   

Idsert was duidelijk verrast en in verlegenheid gebracht door de felle reactie van Camper. “Ik probeer te zeggen”, antwoordde Idsert, “dat het patriottisme dat ons bindt, sterker is dan wat ons scheidt en dat wij alleen door samenwerking de problemen kunnen oplossen en het monster van tweedracht kunnen weerstaan”. Nu mengde Gadso Coopmans zich in het gesprek: “ Ik ben het met Camper eens, dat Patriot een erenaam is en een erenaam kun je jezelf niet toeëigenen maar alleen verdienen. Laten we onze tijd dus niet verdoen met ijdele en zinloze discussies over wie de ware Patriot is, maar laat ons spreken over wat ons bindt en de echte problemen aanpakken, problemen die dringend om een oplossing vragen”.

“Dat lijkt me een goed idee”, reageerde Idsert duidelijk opgelucht.

Maar Coopmans was nog niet uitgesproken: “Je zegt terecht, dat de liefde voor stad en vaderland ons hier vandaag bijeenbrengt, maar ik wil daar onze universiteit nog graag aan toevoegen, want haar wel en wee raakt onze hele stad”. 

“Liefde voor stad en vaderland?”, riep Valckenaar met stemverheffing, “we moeten niet ten koste van alles streven naar harmonie en onze politieke verschillen toedekken. Onze stad, universiteit, ja onze hele Republiek is door Willem V en zijn oranje kliek verraden en in het verderf gestort”.

Die woorden sloegen in als een bom. Als verdoofd zaten we rond de tafel. Iedereen zweeg. Alleen het tikken van het uurwerk was te horen.

“Hier was ik bang voor”, verbrak Camper na een poosje de stilte. 

”Bang?”, riep Valckenaar en haalde ondertussen een papier uit zijn binnenzak.

“Dit moet je lezen: “Aan het volk van Nederland”, het is het manifest van  onze partij theoreticus, Baron Johan Derk van der Capellen. Hij veegt de vloer aan met alles en iedereen die het land naar de verdommenis heeft geholpen: Oranje, met voorop stadhouder Willem V en zijn aristocratische pruikenkliek”.

Het werd Idsert nu te veel. Hij stond op en verliet, zonder iets te zeggen, de kamer. We waren nog maar amper een half uur bij elkaar en van een streven naar harmonie was volstrekt geen sprake meer, integendeel.                                                         

“Verder praten heeft  geen enkele zin”, sprak Valckenaar, “en onze problemen zullen we zo niet oplossen, maar alleen groter maken.”

Hij stond op en vertrok eveneens, gevolgd door Coopmans.

Het was een voorbode van wat ons de komende jaren nog aan onheil  te wachten stond.

In 1776 was in Amerika een opstand uitgebroken tegen de Engelse overheersers. 

Omdat Hollandse en vooral Amsterdamse kooplieden de Amerikaanse rebellen met wapens steunden, verklaarde Engeland de Republiek in 1780 de oorlog.

Die oorlog werd  één groot fiasco en Stadhouder WillemV werd als de hoofdschuldige aangewezen. 

“We hebben nu drie vijanden”, riepen de radicalen in de Vroedschap: "Engeland de vijand van buiten  en Willem V en de Oranjegezinde regenten, de vijanden van binnen”.

 

 

                            EISES DIGITALE SCHATKIST

                             LEES,KIJK,DOE EN ONTDEK

 

 

 

👍  “Maar Idsert, wie is hier Patriot en wie niet?" vroeg Petrus Camper. "Je zegt dat  onze gemeenschappelijke liefde voor stad en vaderland ons hier vandaag bij elkaar brengt. Dat betekent dat wij allemaal Patriotten zijn. Bij mij staat het vaderland bovenaan en mijn Oranjeliefde is daaraan ondergeschikt. Ik laat mij niet in de tegenstelling vaderland en Oranje dringen en ik accepteer niet dat de tegenstanders van Oranje zich de erenaam Patriot toeëigenen.”

Wie Patriot is , wie niet en wat Patriotten wilden, lees en zie je in het venster Patrotten van entoen.nu: ttp-::www.entoen.nu:patriotten

 

😎  Nederland werd verscheurd door politieke tegenstellingen. Patriotten en prinsgezinden kwamen steeds heftiger met elkaar in botsing. De patriotten streefden naar ‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’, de prinsgezinden wilden de stadhouder uit het huis van Oranje meer macht geven.

LEES VERDER: http-::www.teylersmuseum.eu:teylersuniversum:index.php?m=narratio&id=63

😎 De partijen die tegenover elkaar kwamen te staan waren aan de ene kant de Orangisten of Prinsgezinden, op de hand van Willem V, en aan de andere kant de Patriotten. Zij waren geïnspireerd door de Franse Verlichtingsidealen en de Amerikaanse Revolutie en wilden een meer democratisch regeringssysteem. 

LEES VERDER: http-::www.historischnieuwsblad.nl:thema:Patriotten-en-Prinsgezinden:index.html

 

👍 De 'Canon fan Fryslan' : "Polityk kin spannend wêze, sels yn Fryslân. Oan de ein fan de 18e ieu stie it bestjoer fan ús provinsje flink op syn kop. Yn de jierren fan 1796 oant en mei 1798 wie Fryslân sels it meast radikaal-revolúsjonêr bestjoerde gewest fan de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden." LES FIERDER: http-::www.11en30.nu:de-kanon-finsters:fan-republyk-nei-ienheidssteat

Sjoch nei de prachtige clip 

 

👍In de 'Rijksstudio 'Patriotten en Prinsgezinden' vind je spotprenten die Patriotten en Prinsgezinden van elkaar maakten.Ga naar:

https-::www.rijksmuseum.nl:nl:mijn:verzamelingen:116236--meinte-vierstra:patriotten-en-prinsgezinden    

Hieronder een beeldverslag van de gebeurtenissen in en rond Goejanverwellensluis. 

 

 

 

 

Keeshondje, als Patriot met spitse bek, harige kop en nek met manen, glad achterlijf en lange in pluim uitlopende staart.
Aanhouding van het rijtuig met prinses Wilhelmina van Pruisen door een exercitiegenootschap bij Goejanverwellesluis, 28 juni 1787.
Het gevangen houden van de Princes van Oranje in het huis van A. Leuwenhoek, aan de Goejanverwellesluis
Een groep van kikkers verkleed als patriotse soldaten voeren een aanval uit op een hut met een aanhangbord met Prins van Oranje
Spotprent op het vertrek van prins Willem V naar Engeland op 18 januari 1795. Willem V op het strand wordt door een knielende landzaat gesmeekt op niet te gaan.

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.

Bouke Procee | Antwoord 30.10.2016 15.44

Hoeveel meer begrip heb ik gekregen voor de patriotten, die streden voor vrijheid, gelijkheid en broederschap, eigenlijk de eerste socialisten. Kortom, de geschiedenis herhaalt zich en in cyclische golven komen elke eeuw de zelfde thema’s weer aan bod en

Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

13.10 | 22:07

Zelfs Nieuwenhuis zelf schrijft aan van Swinden dat Eisinga vanuit Gronau voor het eerst in Enschede aankwam, Maar ik lees hier nu een fantastisch verhaal dank!

...
26.01 | 18:08

Hiel moai hear!

...
29.05 | 21:29

Wat een mooi geheel! zoveel informatie, zoveel wijsheid, zoveel beschaving, en dat al van zo lang geleden! Laten we dit alles in ere houden en vooral: doorgeven

...
12.12 | 16:08

Wat merkwaardig dat de vrouw van Lambertus Nieuwenhuis Emma wordt genoemd. Zij heet in werkelijkheid Catharina (Katharina) van Lochem (1738-1817)

...
Je vindt deze pagina leuk