61. VLUCHT IN DE NACHT -- EISE GAAT IN BALLINGSCHAP

Vluchtelingen zijn van alle tijden.Eise Eisinga in Eise Vertelt' 61 over zijn vlucht en ballingschap 1787 - 1795. Twee initiatieven in juni/juli 2017 , nacht van- en nacht met vluchtelingen.

61. VLUCHT IN DE NACHT

EISE GAAT  ACHT JAAR IN BALLINGSCHAP                                                             

 

 

In de nacht van zondag op maandag 23 september 1787 schrok ik wakker. 

Er werd hard op de deur geklopt en geroepen:

”De Pruisen komen, vlucht voor het te laat is, kom naar de Sociëteit”.  

Maar ik kon Pietsje, die ziek was, en Jelte en Jacobus toch niet aan hun lot overlaten?

       “Ik ga, misschien valt het mee en ben ik over een paar dagen al weer thuis”. Met die woorden nam ik afscheid. 

Pietsje zou ik nooit weer terugzien.

         Op weg naar de sociëteit kwam ik de hulptroepen uit omliggende dorpen tegen die door de Noorderpoort een veilig heenkomen zochten.

Ze waren nu beter bewapend dan toen ze kwamen, want de meeste mannen droegen behalve een hooivork en een bijl nu ook een geweer. 

Voor de ingang van de sociëteit stond Gadso Coopmans mij op te wachten. 

Toen hij mij in de verte zag aankomen riep hij: “Ik heb twee koetsen ingespannen. 

We vertrekken binnen een half uur, maar waar zijn Pietsje en de jongens?” 

“Pietsje is ziek”, antwoordde ik, maar eerlijk gezegd had ik er ook geen moment aan gedacht Pietsje en de kinderen mee te nemen op mijn overhaaste vlucht.

In de sociëteit was het één grote kluwen van schreeuwende en vloekende mannen die met elkaar vochten om een wapen te bemachtigen. 

Johan Valckenaar probeerde zonder succes enige orde in de chaos te scheppen.

Van hem hoorden we dat Beyma en z’n collega statenleden, met enkele leden van het defensiewezen, hals over kop waren gevlucht, na zich eerst meester te hebben gemaakt van het beste wapentuig. 

       Door als een van de eersten te vluchten en alles en iedereen in verwarring achter te laten, werd nog eens duidelijk wat voor man hij was: geen bevrijder, geen volksheld , geen leider, maar een anti-held.

       Valckenaar drong er bij ons op aan om samen de vluchtroute via Amsterdam naar het zuiden te kiezen. Zijn doel was Frankrijk,”naar onze bondgenoten”, zoals hij zei,”want met steun van de Fransen zullen we spoedig terugkeren”, maar hij wist ons niet te overtuigen.

Wij kozen om via Lemmer een veilig heenkomen te zoeken, namen afscheid en spraken de hoop uit dat we elkaar spoedig zouden terugzien.  

       De overtocht met de avondboot naar Harderwijk verliep zonder problemen.

Het was een rustige, heldere nacht met volle maan. 

Aan bakboord konden we duidelijk de hoge wal van Schokland onderscheiden.

In de vroege ochtenduren voeren we de haven Harderwijk binnen. 

Vandaar ging het per postkoets richting Enschede.

De tocht over de Gelderse en Sallandse zandwegen was lang en vermoeiend.

       In Enschede vernamen we het nieuws van de capitulatie van Amsterdam, dat Franeker was ingenomen door Pruisische troepen en dat als straf de deuren uit de stadspoorten waren weg genomen.

Maar hoe was het met Pietsje en de kinderen? 

Ik maakte me grote zorgen. “Ik had moeten blijven”, zei ik tegen Gadso.

“Als je dat had gedaan, was je nu op weg geweest naar het interneringskamp, want wie niet tijdig heeft kunnen ontkomen, wordt door de Pruisen naar de beruchte strafgevangenis in Wesel gestuurd”.

     De capitulatie van Amsterdam betekende dat vele tienduizenden democratisch gezinde Patriotten de wijk namen, voornamelijk naar Frankrijk en de Zuidelijke Nederlanden. 

“Het is een ramp. We gaan een onzekere en moeilijke tijd tegemoet, maar laten we voor ogen houden dat we het voor een goede en rechtvaardige zaak doen Eise”, antwoordde Gadso strijdbaar.

     In Enschede scheidden onze wegen. Coopmans en zijn gezin reisden door naar Steinfurt en vonden daar onderdak bij een bevriend echtpaar. 

       Ik had het geluk gastvrij te worden opgenomen in het gezin van Lambertus Nieuwenhuis in Enschede. Met hem was ik bevriend geraakt tijdens een drietal bezoeken, dat hij sinds 1781 aan mijn planetarium had gebracht.

     Hij was leraar natuur- en wiskunde, had een grote belangstelling voor sterrenkunde en nog belangrijker: hij was een buitengewoon innemende man. 

     Tijdens zijn laatste bezoek in juli 1785 brachten we ondermeer een bezoek aan ‘Museum Camperianum’ en aan Van der Bildt. Van hem heeft Nieuwenhuis toen een telescoop gekocht. Bij die gelegenheid nodigde hij mij nadrukkelijk uit eens naar Enschede te komen om zijn observatorium te bewonderen.

       Tijdens mijn verblijf in Enschede, ontving ik een eerste brief uit Franeker. 

Mijn zuster Trijntje schreef, dat de nieuwe Oranjegezinde stadsregering beslag had laten leggen op alle bezittingen van gevluchte Patriotten, dat ook ons huis was gevorderd en nu door andere mensen werd bewoond. Trijntje had zich over Pietsje ontfermd en Stephanus en zijn vrouw Fijke hadden Jelte en Jacobus in huis genomen. 

Het meest verontrustte mij nog het bericht dat ze zich ernstig zorgen maakte over de gezondheid van Pietsje.

     Aan Lambertus en zijn vrouw Emma heeft het niet gelegen dat ik mij in Enschede ongelukkig en totaal ontheemd voelde. 

Zij verwende mij met heerlijke maaltijden en hij deed zijn uiterste best mij wat op te vrolijken door mij mee te nemen naar bezienswaardigheden in en rond de stad of te vertellen over de tientallen grote en kleine fossielen die overal in het huis lagen uitgestald. 

Maar zelfs het kijken door de telescoop van Jan Pieter kon mij niet boeien. 

De sterren en planeten boden mij geen enkele troost. En hij deed nog wel zo zijn best!

Terwijl ik naar de planeet Mars keek, las hij mij voor uit de ‘Wereldbeschouwer’ van Christiaan Huygens: 

 

“Wat weêrhoud ons nu te gelooven, dat een yder van die starren, of Zonnen, zoo wel als onze Zon, rondom haar dwaalstarren heeft?”  

 

Huygens was ervan overtuigd”, vertelde Lambertus, “dat er meer planetenstelsels in het heelal waren en dat die planeten of dwaalstarren, zoals Huygens ze noemde, eruit zagen als onze aarde. Hij was er zeker van dat Marsbewoners erg op ons leken, dat zij de sterrenkunde als hoogste onder de wetenschappen beoefenden en telescopen bouwden waarmee ze de kosmos bestudeerden. 

Aarde en mens stonden volgens Huygens niet op een hoger plan dan de bewoners van andere planeten.” 

Echt boeien konden die fantastische verhalen mij op dat moment niet. 

Lambertus en Emma 1) deden hun uiterste best, maar mijn zorgen en verdriet konden ze niet wegnemen. 

 

 1) zie commentaar

 

                                            EISES DIGITALE SCHATKIST

                         LEES,KIJK, DOE EN ONTDEK

Vindt leuk'Wat Nieuwenhuis over Christiaan Huygens vertelde geeft een vertekend en onvolledig beeld over deze grote wetenschapper. Een volledig beeld dat recht doet aan zijn grote verdiensten vind je op de site van de Canon van Nederland http://www.entoen.nu/christiaanhuygens

 

Vindt leuk'  Op tweede kerstdag 1656 maakt Christiaan Huygens zijn beroemdste uitvinding af: de slingerklok. Link naar de prachtige clip: http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20081124_slingerklok01

Vindt leuk'Verzameling wetenschap Studio Rijksmuseum : Meinte Vierstra 2

Christiaan Huygens Studio Eise Eisinga Rijksmuseum
Patriotten vluchten Zutphen
"Net als de meeste andere leden droeg ik een blauwe jas, die Pietsje voor mij had gemaakt en een zwarte steek. Mijn bewapening bestond uit een geweer met een blinken
Huizen van Patriotten geplunderd
Vaandels van Patriotten worden verzameld

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.

F. ten Cate | Antwoord 12.12.2016 16.08

Wat merkwaardig dat de vrouw van Lambertus Nieuwenhuis Emma wordt genoemd. Zij heet in werkelijkheid Catharina (Katharina) van Lochem (1738-1817)

Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

29.05 | 21:29

Wat een mooi geheel! zoveel informatie, zoveel wijsheid, zoveel beschaving, en dat al van zo lang geleden! Laten we dit alles in ere houden en vooral: doorgeven

...
12.12 | 16:08

Wat merkwaardig dat de vrouw van Lambertus Nieuwenhuis Emma wordt genoemd. Zij heet in werkelijkheid Catharina (Katharina) van Lochem (1738-1817)

...
15.11 | 14:06

Het portret op deze pagina is niet van Arjen Roelofs maar van diens biograaf Worp van Peijma. Toen Arjen stierf in 1828 bestonden er nog geen foto-portretten.

...
30.10 | 15:48

Uiterlijk gaan de verhalen over het leven van Eise en de tijd van de verlichting. Maar innerlijk worden uiteraard de gedachten en gevoelens van Meinte Vierstra zelf weerspiegeld. En hoe mooi en zo herkenbaar. De humor, de (jongens)dromen, het voortschrij

...
Je vindt deze pagina leuk