75. EINDE BALLINGSCHAP /76EEN MOOIER WELKOM .......

In de strenge winter van 1794-1795 trokken de Fransen over de bevroren grote rivieren de Republiek binnen en vluchtte Stadhouder Willem V naar Engeland.
Onze koets werd opgenomen in een optocht van feestvierende Dronrijpers en we werden luid toegejuicht. Via de Trekweg vervolgden we onze reis naar Franeker, maar eerst waren wij nog getuige van een uit Frankrijk overgenomen ritueel: Om de leus ‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’ kracht bij te zetten, werd een vrijheidsboom opgericht.

75. EINDE VAN DE BALLINGSCHAP

 

 

Mijn veroordeling tot vijf jaar ballingschap buiten Friesland betekende dat wij tot april 1797 is Visvliet moesten blijven. 

Maar het einde van mijn ballingschap kon ook eerder komen, want de berichten wezen erop dat er veranderingen op til waren. 

De wolkammerij was goed en wel weer opgestart, toen we vernamen dat de Fransen de zuidelijke Nederlanden waren binnengevallen.

Het zou nog maar een kwestie van tijd zijn of ze zouden de hele Republiek veroveren. 

       Wat te doen? Doorgaan met het bedrijf of stoppen? 

Omdat Trijntje hoogzwanger was, besloten we geen overhaaste beslissingen te nemen.

We hoefden echter niet te kiezen, want al snel verdreven Oostenrijkse troepen de Fransen weer uit het zuiden.       

 

Op 14 oktober 1793 werd onze Eelke geboren. 

“Nu heb ik een grote en een kleine Fries”, zei Trijntje.

 “Ik voel me de gelukkigste vrouw van de wereld.”

      

Een jaar later verklaarde Frankrijk de oorlog aan de Republiek. 

In de strenge winter van 1794-1795 trokken de Fransen over de bevroren grote rivieren de Republiek binnen en vluchtte Stadhouder Willem V naar Engeland.

Dat was voor veel plaatselijke ‘Comité’s Révolutionair’ het teken om de macht over te nemen.

      

In 1795 veroverden de Fransen eerst Utrecht en Amsterdam en trokken vervolgens noordwaarts. 

       Toen ze zich meester hadden gemaakt van Zwolle, stuurden de Friese Staten een delegatie van drie statenleden naar de Hanzestad in een poging vrede en harmonie tussen de Republiek en Frankrijk te herstellen. Maar de Franse generaal wees het verzoek van de Staten resoluut van de hand. 

       

De Friese ballingen, die met de Franse troepen uit Frankrijk waren teruggekomen, verbleven in Kampen in afwachting van de opmars naar Friesland. 

De drie Statenleden hoopten met hen een overeenkomst te kunnen sluiten, maar ze werden zeer vijandig ontvangen en in plaats van een overeenkomst, keerden ze met drie eisen naar Leeuwarden terug : alle vonnissen moesten vernietigd worden, de persvrijheid hersteld en burgerbewapening toegestaan.

De Staten hadden geen keus. 

Op 5 februari 1795 stemden ze in met de eisen van de ballingen en kozen voor een geleidelijke revolutie. 

De vernietiging van alle vonnissen betekende ook voor mij het einde van mijn ballingschap, die bijna acht jaar had geduurd. 

 

 

 

76. EEN MOOIER WELKOM HAD IK MIJ NIET KUNNEN WENSEN

 

 

Acht jaar had ik naar deze dag uitgekeken, de dag waarop ik naar Friesland zou terugkeren.

Toen het zover was, voelde ik mij blij, maar ook gespannen, want hoe zouden Jelte en Jacobus op mijn terugkeer reageren?

Jelte was, toen ik in 1787 in ballingschap ging, een jongen van dertien en nu een jongeman van eenentwintig en Jacobus was bij mijn vertrek drie en nu elf. Zouden ze mij herkennen?

Stephanus, mijn jongste broer, en zijn vrouw Feike hadden zich gelukkig over hen ontfermd. 

Hoe hadden Jelte en Jacobus het overlijden van Pietsje verwerkt? En dat ze nu een stiefmoeder kregen en een zusje, hoe moest ik hen dat vertellen? Wat zouden ze ervan vinden?     

            

Een keer op weg voelde ik mij vrij en opgelucht. Ik hoefde niet meer bang te zijn voor arrestatie of op mijn hoede voor verklikkers.

Terhoogte van Noordbergum kwam mij uit de richting Leeuwarden een koets tegemoet die ik onmiddellijk aan het familiewapen herkende. 

Het was een koets van de familie Humalda. “Het zal toch niet waar zijn”, dacht ik, “dat Idsert, op de dag dat ik terugkeer, Friesland ontvlucht?”

        

Even voor Dronrijp reed een ruiter te paard mij achterop, het was Sybe Lolles. Hij herkende mij en snelde vooruit om het nieuws van mijn komst te melden. Bij de ‘Vergulde Hoorn’ rende een groepje kinderen over het jaagpad mij tegemoet. Het waren Jelte en Jacobus en Jelte, Sipke en Ane, de drie kinderen van Stephanus. Ze riepen, lachten, zongen en besprongen mij. 

Een mooier welkom had ik mij niet kunnen wensen!

Stephanus en Feike hadden een grote ereboog gemaakt met in grote kleurige letters: “Wolkom Thús.” 

Na alle gebeurtenissen van de laatste maanden hadden ze al rekening gehouden met mijn thuiskomst en Jelte en vooral Jacobus op onze hereniging voorbereid. 

“Waar zijn onze nieuwe Mem en Eelke?”, vroeg Jacobus toen we later op de avond aan tafel zaten. “Ja, Eise, je hoort het wel, je hoeft ze niets meer te vertellen”, zei Feike.

“Als ons huis in Franeker klaar is, haal ik Trijntje en Eelke uit Visvliet”, beloofde ik hem. “En dat huis is binnenkort klaar”, zei Stephanus, “ want ik heb met de nieuwe burgemeester afgesproken dat de mensen die er nu nog wonen, het Planetarium binnen veertien dagen verlaten.” 

“Wat geweldig Stephanus dat je dat voor mij hebt geregeld”. 

“En ik heb nog een verrassing voor jou en Trijntje en Eelke”, ging hij verder. “Ik heb de beschikking gekregen over een koets, waarmee ik jullie uit Visvliet naar Franeker kan brengen. Het is een heel bijzondere koets, Eise, het is een koets van Idsert”. “Van Idsert? Het is fantastisch, maar hoe heb je dat voor elkaar gekregen?”

“Ik heb de indruk dat Idsert zich schuldig voelt omdat hij, toen jij in het Blokhuis zat, niets voor jou heeft kunnen doen. Hij had het ook nog over een brief die je hem had geschreven en die een grote indruk op hem had gemaakt”.

“Ja, ik had wel graag eens iets van hem willen horen. Maar klopt het dat Idsert is gevlucht, want vanmorgen zag ik een koets van de Humalda’s richting Groningen rijden”.

 

“Zijn vrouw en kinderen zijn om veiligheidsredenen naar Leer in Duitsland

vertrokken. Als hier ook Franse toestanden uitbreken, reist hij hen, denk ik, achterna”.

Nadat ik samen met Stephanus nog wat zaken rond mijn terugkeer had geregeld, ben ik weer teruggegaan naar Visvliet. 

Ruim veertien dagen later heeft Stephanus ons opgehaald.

Een dag tevoren was hij al gearriveerd, omdat hij de volgende morgen zo vroeg mogelijk wilde vertrekken. Waarom hij zoveel haast had, begreep ik niet, maar dat werd mij duidelijk toen we in Dronrijp arriveerden.

Daar had, zoals in alle steden en dorpen, het ’Comité Revolutionair’ de macht overgenomen en op vier maart werd de machtswisseling gevierd met de intocht van gevluchte Patriotten.

Onze koets werd opgenomen in een optocht van feestvierende Dronrijpers en we werden luid toegejuicht. Via de Trekweg vervolgden we onze reis naar Franeker, maar eerst waren wij nog getuige van een uit Frankrijk overgenomen ritueel: Om de leus ‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’ kracht bij te zetten, werd een vrijheidsboom opgericht. 

“Nu is onze triomf compleet”, hoorde ik iemand boven de zingende en dansende menigte uitroepen.

Het was goedbedoeld van Stephanus, maar liever was ik in alle rust

met ons nieuwe gezin naar Franeker teruggekeerd.

        De jaren van ballingschap waren zorgelijke jaren geweest. 

Zorgen om het welzijn van Pietsje, de jongens en mijn toekomst. 

Bijna dagelijks was ik met mijn gedachten wel bij ons huis en Planetarium geweest, maar echte, grote zorgen had ik mij er nooit over gemaakt. 

Dat werd anders toen we Dronrijp verlieten en het zo vertrouwde silhouet van Franeker aan de horizon verscheen. De angst sloeg mij om het hart: 

in welke staat zou ik mijn Planetarium aantreffen? Ik bereidde mij op het ergste voor en allerlei angst visioenen flitsten door mijn hoofd: misschien hadden politieke tegenstanders uit wraak alles vernield of hadden onverlaten ons huis bewoond en het Hemelsplein weggebroken. 

Maar in Franeker wachtte ons een aangename verrassing. Mijn zus Trijntje en haar man Gatze hadden ons huis helemaal schoongemaakt, opgeknapt en feestelijk versierd.

Het eerste wat mij opviel toen we binnenkwamen, was het ontbreken van het vertrouwde tikken van het uurwerk. 

Na een eerste inspectie kon ik gelukkig vaststellen dat alles er prima uitzag.

 

 

 

                                 EISES DIGITALE SCHATKIST

                                KIJK, LEES, DOE EN ONTDEK

 

 

            Hoera, de Fransen zijn in 't land! Nu zijn we voor altijd verlost van de regenten en de stadhouder! Leve de vrijheid! http-::www.schooltv.nl:beeldbank:clip:20050127_fransetijd01

 

 Er is een tijd geweest waarin de Fransen de baas waren over Nederland. Toen spraken we behalve Nederlands ook Frans: http-::www.schooltv.nl:beeldbank:clip:20120530_fransetijd01

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

29.05 | 21:29

Wat een mooi geheel! zoveel informatie, zoveel wijsheid, zoveel beschaving, en dat al van zo lang geleden! Laten we dit alles in ere houden en vooral: doorgeven

...
12.12 | 16:08

Wat merkwaardig dat de vrouw van Lambertus Nieuwenhuis Emma wordt genoemd. Zij heet in werkelijkheid Catharina (Katharina) van Lochem (1738-1817)

...
15.11 | 14:06

Het portret op deze pagina is niet van Arjen Roelofs maar van diens biograaf Worp van Peijma. Toen Arjen stierf in 1828 bestonden er nog geen foto-portretten.

...
30.10 | 15:48

Uiterlijk gaan de verhalen over het leven van Eise en de tijd van de verlichting. Maar innerlijk worden uiteraard de gedachten en gevoelens van Meinte Vierstra zelf weerspiegeld. En hoe mooi en zo herkenbaar. De humor, de (jongens)dromen, het voortschrij

...
Je vindt deze pagina leuk