79. ER IS MEER TUSSEN HEMEL EN AARDE

"Tot de vele vrienden die ik had uitgenodigd, behoorde ook Willem Bartel van der Kooi. Toen ik Trijntje aan hem voorstelde, zag ik dat hij heel verrast was. “Kun je je het portret nog herinneren”, vroeg hij, “dat ik van een jonge vrouw heb geschilderd en dat jij zó mooi vond, dat je het wel wilde hebben? De gelijkenis is werkelijk sprekend! Je hebt nog een dubbelgangster Trijntje".
Zefportret Willem Bartel van der Kooi

 

 

 

 

79. ER IS MEER TUSSEN HEMEL EN AARDE

 

                                                                                                                

 

 

 

In maart 1795 hebben we familie en vrienden uitgenodigd om onze thuiskomst en de heropening van het planetarium feestelijk te vieren.

Het was tegelijk een mooie gelegenheid voor Trijntje om kennis te maken met haar nieuwe familie en vrienden. 

       Mijn zuster Trijntje, haar man Gatze, broer Stephanus en schoonzus Feike heb ik flink in het zonnetje gezet en bedankt voor wat zij tijdens mijn ballingschap voor Pietsje en de kinderen hebben gedaan. 

       De heropening van het planetarium werd een bijzonder gebeuren. 

Jelte vertelde dat hij in 1781 het planetarum in beweging mocht zetten.

“Ik was toen net zo oud als jij nu bent”, zei hij tegen zijn neefje Jelte. 

“Ik tikte voorzichtig aan de slinger en dacht dat de planeten over het plafond zouden flitsen, maar ze bewogen helemaal niet. En wat mijn vader toen zei, zeg ik nu tegen jou: 

“Over precies een jaar, als jij zeven bent, heeft de aarde een rondje om de zon gemaakt, en als Jupiter weer terug is op de plaats waar hij nu staat, ben jij bijna achttien.”

Vervolgens nodigde hij iedereen uit om mee naar boven te gaan.

       “Bijna veertien jaar geleden heb ik het planetarium voor het eerst in werking gesteld en nu wil ik Jacobus vragen het voor de tweede keer in beweging te zetten”.

Jacobus kroop tussen de raderen door naar het uurwerk, tikte voorzichtig aan de slinger en op hetzelfde moment hoorden we, na acht jaar, het vertrouwde tikken van de planetarium klok weer. 

Wat er daarna gebeurde was niet voorzien, maar Jelte, Sipke, Ane en de kleine Eelke kropen tegelijk en luid roepend: “Wij willen ook”, naar het uurwerk. 

Het planetarium werd vijf keer in beweging gezet. “Nu kan en mag het nooit meer stil staan”, hoorden we neef Jelte boven alles uitroepen.

       Tot de vele vrienden die ik had uitgenodigd, behoorde ook Willem Bartel van der Kooi. Toen ik Trijntje aan hem voorstelde, zag ik dat hij heel verrast was. 

       “Kun je je het portret nog herinneren”, vroeg hij, “dat ik van een jonge vrouw heb geschilderd en dat jij zó mooi vond, dat je het wel wilde hebben? De gelijkenis is werkelijk sprekend! Je hebt nog een dubbelgangster Trijntje.”

       “Kun je je het moment nog herinneren”, vroeg ik Trijntje, “toen we elkaar voor het eerst zagen en dat jij zei: ”Ja, ik ben ècht Trijntje”? “Ja natuurlijk, want je keek zo verbaasd toen je me zag”. “Ik was inderdaad erg verbaasd, want ik dacht dat ik jou eerder had gezien, maar ik wist niet waar, maar nu wordt alles duidelijk. Ik kende jou al, nog voordat we elkaar voor het eerst ontmoetten”.

       “Er is meer tussen hemel en aarde”, zei Bartel en sloeg zijn armen om ons heen.

      “Er is meer tussen hemel en aarde”, herhaalde ik, want het was een mooie titel voor wat ik, ter gelegenheid van de heropening, wilde zeggen.

       “Dat er meer tussen hemel en aarde is, bleek in 1781, het jaar waarop de planeten hierboven voor het eerst langs het Hemelplein bewogen en William Herschel de planeet Uranus ontdekte. Een Planetarium zonder Uranus vond Jelte geen echt planetarium en hij had wel een beetje gelijk, want het wereldbeeld dat ik hier in deze kamer heb uitgebeeld is niet meer het beeld zoals we dat nu kennen.

Door de hele geschiedenis heen is dat het lot van sterrenkundigen: ze denken dat ze het enige echte en juiste beeld van de werkelijkheid hebben ontdekt, totdat er rustverstoorders als Copernicus en Galilei komen die dat beeld weer onderuithalen.

Dat is mij dus nu ook overkomen. Denk nu niet dat ik teleurgesteld of boos ben, nee ik ben eerder blij en enthousiast, want met William Herschel is, denk ik, een nieuw tijdperk in het hemelonderzoek aangebroken. Hij heeft ‘de deur van Copernicus’ weer wat verder open gezet en ons een glimp te laten zien van wat ons allemaal nog te wachten staat.

Herschel is namelijk niet alleen geïnteresseerd in sterrenstelsels, de positiebepaling en berekening van planeten en kometen, zoals al zijn voorgangers, maar ook in de diepten van het heelal. Met zijn nieuwe en sterke kijkers heeft hij allerlei merkwaardige kenmerken aan het licht gebracht die astronomen tot nu toe niet waren opgevallen of waar ze geen aandacht aan hadden besteed, zoals dubbelsterren en nevelvlekken.  

Hij was de eerste die de oorsprong van de wereld probeerde te verklaren. 

       Sinds Herschel houden onderzoekers zich nu systematisch bezig met bouw van het heelal. Misschien hebben jullie wel eens iets gehoord over de nevelhypothese van de Franse astronoom Pierre Simon de La Place, die beweert dat ons zonnestesel uit een zich verdichtende gaswolk, een oernevel is ontstaan. 

       1781 is om meer dan een reden een feestelijk en gedenkwaardig jaar. 

Met spanning en vol verwachting zien we de toekomstige ontdekkingen tegemoet.

Ik wil daarom besluiten met de volgende woorden van Isaäc Newton, die mijn vader ons lang geleden voorlas:

 

“In mijn eigen ogen ben ik alleen een jongetje geweest dat speelt op het strand en nu en dan het plezier heeft, dat hij een nog gladder steentje of een nog mooiere schelp ontdekt, terwijl de grote oceaan der waarheid nog onontdekt voor hem ligt.”

 

De heropening van mijn Planetarium was een feestelijk gebeuren en nog belangrijker: Trijntje had genoten en voelde zich, zoals ze zelf zei, “helemaal thuis!”

Acht lange jaren had ik hier naar uitgekeken.

1795 zou het jaar worden van een nieuw begin. 

De hereniging met Jelte en Jacobus was buitengewoon goed verlopen. 

Het huiselijk geluk lachte ons toe: onze kleine Eelke was het zonnetje in huis. 

Alle politieke beroering kon daar geen afbreuk aan doen. 

 

                          EISES DIGITALE SCHATKIST

                         LEES, KIJK, DOE EN ONTDEK

 

👍Een prachtige site met veel werk van Willem Bartel van der Kooi vind je op:https-::www.rijksmuseum.nl:nl:ontdek-de-collectie:overzicht:willem-bartel-van-der-kooi

 

          

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

04.12 | 16:02

Mooi verhaal over Franeker, 1e neef 7 x verwijderd van mijn man, Douwe Nota, Patriot, bewoner Groot Botnia Huis en buurman van Eise. Zie opsporingsbevel FS.

...
23.11 | 17:41

Klik hier om uw bericht te schrijvenGeachte heer Kruidhof,

Ik moet u helaas teleurstellen.
Het bezoek van Antoine Chaudoir heeft voor zover mij bekend nooit p

...
23.11 | 17:35

Beste meneer Vierstra,

Voor het Noord-Hollands Archief ben ik bezig met een artikel over de wetenschapper Antoine Chaudoir (1749-1824). Hij is in het planetarium van Eise Eisinga geweest, las ik op uw website.

Zou u mij kunnen vertellen op welke bronn

...
13.10 | 22:07

Zelfs Nieuwenhuis zelf schrijft aan van Swinden dat Eisinga vanuit Gronau voor het eerst in Enschede aankwam, Maar ik lees hier nu een fantastisch verhaal dank!

...
Je vindt deze pagina leuk