86. MET DEZE KONING BREEKT EEN NIEUWE TIJD AAN

"Wie had ooit kunnen denken dat ik nog eens samen met een Koning en een Prins tussen de hoepels, schijven, assen, bonkels en katrollen van mijn Planetarium raderwerk zou kruipen? Dat gebeurde op 30 juni 1818."

86. “MET DEZE KONING BREEKT EEN NIEUWE TIJD AAN”                                                  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wie had ooit kunnen denken dat ik nog eens samen met een Koning en een Prins tussen de hoepels, schijven, assen, bonkels en katrollen van mijnPlanetarium raderwerk zou kruipen? 

Dat gebeurde op 30 juni 1818.

Op die prachtige, warme zomerdag brachten Koning Willem 1 en zijn zoon Prins Frederik een bezoek aan onze stad. 

Zij werden begeleid door Gouverneur Jonkheer Idsert Aebinge van Humalda. 

       De vlaggen waren uitgestoken en overal wapperden oranje-wimpels. 

Burgemeester en leden van de gemeenteraad waren in deftige kleding gestoken en, naar voorschrift, getooid met oranje sjerpen. 

Op aanraden van Trijntje had ik mij bij kleermaker Jarigsma een nieuw pak laten aanmeten.

“Het is mij een genoegen met U kennis te maken”, zei de Koning toen Idsert mij aan hem voorstelde, “de Gouverneur heeft mij uitgebreid over U geïnformeerd.”

Eenmaal binnen bleek, door de gerichte vragen die ze stelden, dat Koning en Prins zich goed op het bezoek hadden voorbereid. 

Zo vroeg Willem hoe het kon dat de maanwijzers met onregelmatige snelheden ronddraaiden. 

Ik vertelde iets over de bijzondere constructie van het betreffende rad, maar mijn uitleg was blijkbaar niet al te duidelijk, want hij vroeg of hij het rad boven op zolder mocht zien. 

 

Dat had Idsert blijkbaar niet in het programma voorzien, want hij zei dat het programma uitliep en dat ze zich moesten beperken tot de bezichtiging van het Planetarium in de woonkamer.

Daar wilde de Koning echter niets van weten.

Hij wilde perse naar het raderwerk op zolder.

Boven wees ik de plaats aan waar het rad zich bevond, maar omdat de Koning het niet goed kon zien, kroop hij, gevolgd door de Prins, tussen de raderen, hoepels, assen en katrollen naar de plaats boven de maanwijzers.

“Is dit het rad dat U bedoelt”, vroeg de Koning.

 Ik moest nu wel volgen en kroop in mijn feestkleren naar de Koning en de Prins, maar halverwege raakte mijn sjerp verward in het raderwerk. 

Het was al warm op zolder, maar nu werd het snikheet en benauwd en het zweet gutste over mijn gezicht. 

Nadat ik mij van de versierselen had bevrijd, heb ik hen laten zien, dat ik de tanden zo had geplaatst dat het rad met wisselende snelheden draaide.

Meer dan een half uur hebben we kruipend op zolder doorgebracht, al die tijd gadegeslagen door Idsert die als een trouwe dienaar de wacht hield.

       En terwijl ik hen liet zien dat zowel de planeten als de tijden van maanopkomst en -ondergang vanuit één slingerklok werden aangedreven en Koning en Prins zich verbaasd toonden, vebaasde ik mij over dit gebeuren. 

       Nog niet zo lang geleden was wat hier en nu op mijn zolder gebeurde

volstrekt ondenkbaar geweest. 

       “Met deze nieuwe Koning”, had Idsert gezegd, “breekt een geheel nieuwe tijd aan”. 

“Dit is het feest der verzoening”, dacht ik.

Met een tevreden glimlach bekeek Idsert het gebeuren tussen het raderwerk. 

Misschien dacht hij hetzelfde.

        “Bij de bouw van Uw Planetarium”, sprak de Koning bij het afscheid, ”hebt U grote problemen overwonnen. Het is een ingenieus kunstwerk waarvoor U terecht bewondering en waardering ontvangt, maar nog groter is onze waardering voor Uw niet aflatende inzet om de tegenstellingen in dit gewest te overbruggen. 

Wij zijn U veel dank verschuldigd”.

Dat het geen loze woorden waren, bleek in 1825 toen, op voorstel van Idsert, Koning Willem1 besloot het Planetarium voor f.10.000 aan te kopen.

Daarmee was het voortbestaan van mijn levenswerk verzekerd. 

       Met de ondertekening van de akte van transport op 4 oktober 1826 was de officiële overdracht een feit. Bij die gelegenheid waren behalve Trijntje en ik, Jacobus en zijn vrouw Attje, ook Idsert en een notaris aanwezig.

       Na de overdracht heb ik de sleutel van het Planetarium en de aanwijsstok waarmee ik sinds 1781 de planeetbanen langs het Hemelsplein heb gevolgd, overgedragen aan Jacobus. Enkele weken later zijn wij verhuisd naar de woning naast het Planetarium.

 

 

                               EISES DIGITALE SCHATKIST

                               LEES, KIJK, DOE EN ONTDEK

 

 

              Meer weten over deze tijd? Ga dan naar: http-::www.prinsenpatriot.nl:personages:koning-willem-i-als-jonge-generaal-van-het-staatse-leger:

 

 

 Prins en Patriot is de site van Raymond Uppelschoten . Hij heeft onderzoek gedaan naar de Nederlandse geschiedenis tussen 1780 en 1795. 

"Met Prins en Patriot kunt u kennismaken met deze fantastisch interessante tijd" schrijft hij op zijn site: "de zeeoorlog met Groot-Brittannië, de bijna-burgeroorlog in onze eigen provincies, Pruisische troepen die onze stadhouder weer terugbrengen in Den Haag enz. enz.

 

 

 

 

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

29.05 | 21:29

Wat een mooi geheel! zoveel informatie, zoveel wijsheid, zoveel beschaving, en dat al van zo lang geleden! Laten we dit alles in ere houden en vooral: doorgeven

...
12.12 | 16:08

Wat merkwaardig dat de vrouw van Lambertus Nieuwenhuis Emma wordt genoemd. Zij heet in werkelijkheid Catharina (Katharina) van Lochem (1738-1817)

...
15.11 | 14:06

Het portret op deze pagina is niet van Arjen Roelofs maar van diens biograaf Worp van Peijma. Toen Arjen stierf in 1828 bestonden er nog geen foto-portretten.

...
30.10 | 15:48

Uiterlijk gaan de verhalen over het leven van Eise en de tijd van de verlichting. Maar innerlijk worden uiteraard de gedachten en gevoelens van Meinte Vierstra zelf weerspiegeld. En hoe mooi en zo herkenbaar. De humor, de (jongens)dromen, het voortschrij

...
Je vindt deze pagina leuk