42. UW PLANETARIUM EEN MONUMENT DER VERLICHTING

Sporen van Verlichting :Van Immanuel Kant (18e eeuw) via Hannah Arendt ( 20 e eeuw) naar Bettina Stangneth (21 e eeuw) met het 'KWADE DENKEN'.
Immanuel Kant 1724 - 1804 "Tijdens ons eerste bezoek was ik met mijn gedachten voortdurend bij de gedachtenwereld van Kant, omdat hij voor mij, als wijsgeer, het hoogtepunt van de filosofie van de Verlichting is."

42.‘UW PLANETARIUM IS EEN MONUMENT DER VERLICHTING’                          

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Enkele weken na de opening bezocht professor Antoine Chaudoir 

het Planetarium. Hij had het boek van Van Swinden over het Planetarium met zijn studenten behandeld en legde mij een lijst met vragen voor die ze met mij wilden bespreken.

“Het zijn allemaal technische, ‘hoe en wat vragen’“, zei hij, “maar ik wil mijn studenten ook leren om op een geheel andere manier naar het Planetarium te kijken, behalve sterrenkunde doceer ik namelijk ook filosofie. 

Tijdens de observatie van de conjunctie van Jupiter en de Maan op het Bolwerk en het daaropvolgende bezoek aan het planetarium vertoefde ik met mijn gedachten voortdurend bij de gedachtenwereld van Immanuel Kant en dat maakte het geheel voor mij tot een bijzonder feestelijk gebeuren. Uw Planetarium, meneer Eisinga, is behalve ‘een overheerlijk  kunstwerk’, zoals collega Van Swinden het noemt, ook een monument van de Verlichting”.

“Een monument van de Verlichting”?, vroeg ik verbaasd, “ en wat heeft Kant ermee te maken”? “Als U mij toestaat wil ik U en mijn studenten daarover graag iets vertellen tijdens ons volgende bezoek”. 

We maakten een afspraak en enkele weken later bezochten Chaudoir en zijn studenten hetPlanetarium opnieuw.

Nadat de vragenlijst was besproken nam Chaudoir het woord.

Allereerst maakte hij zijn studenten een compliment omdat ze dit tweede bezoek zo goed hadden voorbereid en mij op vrijwel elk onderdeel met tientallen vragen hadden bestookt.

“En toch”, zo begon hij, “heb ik één heel belangrijke vraag gemist en daarom stel ik die vraag alsnog.

Jullie hebben wel begrepen, dat Eisinga tijdens de bouw heel veel, zo op het eerste oog, bijna onoverkomelijke problemen moest oplossen. Er zijn momenten geweest dat hij dacht te moeten stoppen, maar hij heeft doorgezet en voor alle problemen een oplossing gevonden. Waar haalde U de wilskracht, het doorzettingsvermogen vandaan om zoiets te realiseren, en waarom en met welk doel hebt U het planetarium gebouwd?”

“Dat zal ik jullie laten zien en vertellen”, begon ik mijn antwoord.

Nu kon ik mijnPlanetarium voor het eerst gebruiken waarvoor ik het had bedoeld. 

Ik nam de aanwijsstok en wees de banen van Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en de Maan één voor één aan en vertelde vervolgens, dat een ‘liefhebber der waarheid’ voorspelde dat door de conjunctie van deze planeten, in mei 1774, het hele zonnestelsel, inclusief de aarde, in een poel van vuur zou ondergaan. 

         “Jullie kunnen aan mijn Hemelsplein met eigen ogen zien dat van een botsing van hemellichamen nooit en te nimmer sprake kan zijn. Ik was ervan overtuigd dat ik met mijn Planetarium mensen kon bevrijden van angst en bijgeloof zodat ze in plaats daarvan konden genieten van de wonderen van het heelal. Die overtuiging heeft mij de kracht gegeven voor alle problemen een oplossing te vinden en de bouw na zeven jaren te voltooien”.   

Nu nam Chaudoir het woord.

“Met Uw Planetarium wilt U mensen bevrijden van angst en bijgeloof, waarin zij gevangen zitten. U leert mensen zelf te kijken, zelf te oordelen en kritisch, open en nieuwsgierig na te denken over wat allerlei onheilsprofeten hen aanpraten, of met de twee beroemde woorden van Immanuel Kant: “Sapere Aude”, denk zelf. 

Tijdens ons eerste bezoek moest ik hier aan denken en was ik met mijn gedachten voortdurend bij de gedachtenwereld van Kant, omdat hij voor mij, als wijsgeer, het hoogtepunt van de filosofie van de Verlichting is.

Tijdens het eerstvolgend college wijsbegeerte zal ik dieper ingaan op de filosofie van de Verlichting en in het bijzonder op de filosofie van Kant.

Het bezoek aan Uw Planetarium was daarvoor een prachtige inleiding.”

       “Maar U hebt mij buitengewoon nieuwsgierig gemaakt, kunt U dat college niet hier en nu geven?” drong ik aan. ”Graag”, antwoordde Chaudoir, “want waar kan ik een passender omgeving vinden, om over Kant te spreken dan hier onder Uw Hemelsplein? En als ik de volgende uitspraak van Kant citeer zal het U onmiddellijk duidelijk worden waarom. Het is een uitspraak die mij tijdens dit- en het vorige bezoek voortdurend door het hoofd heeft gespeeld.

Chaudoir haalde een boek uit zijn tas en las voor.

       “Kijken naar de wonderen van de sterrenhemel en luisteren naar de stem van het geweten, vervullen mijn geest met steeds toenemende bewondering  en eerbied” .

“In het perspectief van de onmetelijke kosmos”, zo ging hij verder, “zijn wij enerzijds slechts onbeduidende en vergankelijke schepselen, die door hun eerste natuur worden bepaald, maar anderzijds is de mens in de onmetelijke kosmos een uniek schepsel, omdat hij is uitgerust met een tweede natuur, het bewustzijn, dat de eerste natuur verre overstijgt, en daardoor van een oneindig grotere betekenis is. Door het bewustzijn kunnen mensen uitgroeien tot vrije persoonlijkheden, die helder kunnen denken, die beschikken over een eigen geweten en zich daardoor niet laten leiden en vertroebelen door emoties, tradities of bijgeloof.

Dat is het bijzondere van de mens, die daarmee iets waardevols, ja een uniek kunstwerk, toevoegt aan het hele universum.” 

“Dat klinkt erg optimistisch”, viel een student hem in de rede, “want wie is er zo vrij? U misschien, maar ik niet en ik ken niemand die zo uniek is”.

“Kant stelt nadrukkelijk dat mensen kunnen uitgroeien tot vrije persoonlijkheden”, antwoordde Chaudoir.

“Iedereen beschikt over die tweede natuur, hoe verdrongen of verborgen ze ook onder die eerste natuur mag zijn”, ging hij verder, “ en deze tweede natuur reikt elk mens een universele ethische leidraad aan, die hem oplegt zich ethisch te gedragen.

Of een mens uitgroeit tot zo’n uniek wezen, dat deze ethische leidraad respecteert en ernaar handelt, zonder druk van buiten, is afhankelijk van de ontwikkeling van zijn goede wil. Want de goede wil die in elk mens aanwezig is, is de kern, het kloppend hart van het menselijk bestaan. 

Kant vat dat alles in een woord samen: geweten. En luisteren naar het geweten vervult hem dus, evenals het kijken naar de wonderen van de sterrenhemel steeds weer met toenemende bewondering en eerbied”.

  Misschien om recht te doen aan die gedachte, zweeg Chaudoir, keek naar zijn studenten en vervolgens omhoog naar het Hemelsplein.

Alleen het tikken van het uurwerk was te horen. 

Maar de student die al eerder een vraag had gesteld, verbrak de stilte:

“Als de verlichte mens vertrouwt op zijn denkkracht en van de Verlichting verwacht dat deze vooruitgang en welvaart brengt, hoe kan het dan dat Kant, waarvan wordt gezegd dat hij het hoogtepunt van de Verlichting is, in aanbidding ligt voor het geweten en niet voor de ratio?”

Die vraag deed Chaudoir zichtbaar plezier, want hij knikte instemmend en er verscheen een glimlach op zijn gezicht toen hij begon te spreken.

“Aanvankelijk bestond er een groot optimisme over de mogelijkheden van het verstand, maar we zijn bedrogen uitgekomen. 

Het blijkt dat een goed ontwikkelde ratio geen enkele garantie biedt voor vooruitgang en welvaart.

Eigenschappen als verstand, geestigheid, oordelen, moed, vastbeslotenheid, volharding en vele andere zijn op zich goed en wenselijk, maar ze kunnen ook uiterst kwaadaardig en schadelijk worden als de goede wil ontbreekt.

Om die eigenschappen in goede banen te leiden is een goede wil vereist.

De ratio heeft daarom als hoogste bestemming niet het bevorderen van welvaart en voorspoed, maar het ontwikkelen van een goede wil.

De goede wil gaat vaak in tegen de eigen natuurlijke verlangens, behoeften en begeerten en daarmee kan de goede wil de eerste natuur verre overstijgen en van een oneindig grote betekenis worden.

Alleen jammer dat wij vaak te lui en te laf zijn om in te gaan tegen die natuurlijke verlangens. Te vaak geven we toe aan eigen verlangens en blijven daardoor onmondig en gedragen ons niet ethisch. Terwijl wij, juist door te luisteren naar de stem van ons geweten, ons radicaal van alle andere schepselen in de natuur kunnen onderscheiden.Hierover nadenken is al even duizelingwekkend als nadenken over de oneindige kosmos waarin wij ons bevinden.

 

U bouwde dit Monument der Verlichting en Kant schreef dit monument der Verlichting en Chaudoir toonde ons het boek ‘Kritiek Der Reinen Vernunft’ , waaruit hij zojuist een zin had voor gelezen.

“Dat is voor vandaag genoeg om te overdenken”, sprak Chaudoir.  

 

 

‘EEN BEDSTEE VOL BEVRIJDERS’

 

    ‘s-Nachts hoorde ik Chaudoir alsmaar herhalen: ”Verlichting is, mensen bevrijden van een vals beeld dat ze van de werkelijkheid hebben.” 

Bevrijden van valse beelden. Daar ging het ook om in het verhaal dat Idserts vader ons lang geleden vertelde over de grot van Plato. 

Over grot bewoners, die met handen en voeten zaten vastgebonden en geen kant op konden. 

Die zich lieten betoveren door valse schaduwen en valse echo’s en toen ze werden bevrijd verschrikkelijk kwaad werden, hun bevrijder aanvielen en hem doodden.

En voordat ik het wist was de bedstede gevuld met ‘bevrijders’.

       Copernicus riep dat niemand hem serieus had genomen, toen hij na lang onderzoek zeker wist, dat de zon een vaste ster was, waar planeten omheen draaiden.  

        “En toen ik dat ontdekte”, onderbrak Galileï hem, “lachten ze mij uit, en maakten mij belachelijk. En toen ik ook nog beweerde, dat de Bijbel ons niet kan leren hoe de hemelen gaan’, maar alleen ‘hoe naar de hemel te gaan’, dwongen ze mij mijn ideeën af te zweren, zo niet, dan ging ik op de brandstapel. Ik heb toen maar eieren voor mijn geld gekozen”.

       “En toen mensen door mijn ‘vlooienkijker’ naar hun eigen lichaam keken”, zei Malpighi, “is mij hetzelfde overkomen. Ze beweerden, dat wat ze zagen, door het apparaat werd misvormd. Domoren zijn het, maar ik werd wel aangeklaagd en mijn ontdekkingen werden veroordeeld als nutteloos en heiligschennis, want zeiden ze: “het lichaam is een woning van de menselijke ziel en daarom heilig.” 

       “En toen ik van de preekstoel verkondigde”, sprak Balthasar Bekker, “dat een komeet geen teken is van een wraakzuchtige God, dat heksenvervolging onzinnig is, dat duivels en kwade geesten geen directe invloed hebben op het alledaagse leven en dat ik in de slang, die Eva verleidde, geen duivel zag, schopten ze me de kerk uit.”.

       “En waarom moest ik vluchten uit mijn vaderland?”, riep Descartes. 

“Omdat het verkondigen van de waarheid levensgevaarlijk is.

En waarom noemden ze mij hier een godslasteraar?”, omdat mensen niet kunnen leven met de waarheid, dat God een klokkenmaker is, die zich niet meer met de schepping bemoeit.”

       Heel in de verte hoorde ik mensen schreeuwen: “Maak dat je wegkomt of we gooien je in de gracht”, maar het gordijn van de bedstee ging langzaam dicht en ik viel in een diepe slaap. 

       Toen ik de volgende morgen Chaudoir ontmoette en hem vertelde van de nachtelijke bijeenkomst met de ‘bevrijders’ in de bedstee reageerde hij enthousiast : 

“Als ik dat geweten had, was ik ook even langs gekomen”,en hij vroeg wie er waren geweest en wat ze hadden gezegd.

 

 

                                       EISES DIGITALE SCHATKIST

                                       LEES, KIJK, DOE EN ONTDEK

 

 

Vindt leuk'Over 'De Grot van Plato' vertelt Idserts vader in EISE VERTELT 9en later

plaatst Eise zijn verlichte helden,onder aanvoering van Socrates, voor de ingang van : DE GROT VAN PLATO

 

 

 

Vindt leuk'

 Spotprent op de filosofie van Kant vind je op  http-          ::hdl.handle.net:10934:RM0001.COLLECT.236588

 In een drukke apotheek wordt rechts een menselijk geraamte onderzocht en uiteengenomen; in het midden worden in een grote kolf filosofie-boeken omgekookt tot `abrakadra'.

               

 

 

 

 

 

                                                    

 

 

                                                        

 

 

  

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.

Fenneke van Hartingsveldt | Antwoord 29.05.2017 21.29

Wat een mooi geheel! zoveel informatie, zoveel wijsheid, zoveel beschaving, en dat al van zo lang geleden! Laten we dit alles in ere houden en vooral: doorgeven

Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

29.05 | 21:29

Wat een mooi geheel! zoveel informatie, zoveel wijsheid, zoveel beschaving, en dat al van zo lang geleden! Laten we dit alles in ere houden en vooral: doorgeven

...
12.12 | 16:08

Wat merkwaardig dat de vrouw van Lambertus Nieuwenhuis Emma wordt genoemd. Zij heet in werkelijkheid Catharina (Katharina) van Lochem (1738-1817)

...
15.11 | 14:06

Het portret op deze pagina is niet van Arjen Roelofs maar van diens biograaf Worp van Peijma. Toen Arjen stierf in 1828 bestonden er nog geen foto-portretten.

...
30.10 | 15:48

Uiterlijk gaan de verhalen over het leven van Eise en de tijd van de verlichting. Maar innerlijk worden uiteraard de gedachten en gevoelens van Meinte Vierstra zelf weerspiegeld. En hoe mooi en zo herkenbaar. De humor, de (jongens)dromen, het voortschrij

...
Je vindt deze pagina leuk