81. REISVERSLAG ADRIAAN GILLES CAMPER

In 1787 bezoekt Adriaan Gilles Camper het Prato della Valle in Padua met tientallen beelden van grote geleerden. In 2017 bezoekt Peter Karstkarel het zelfde plein en stelt voor om er ter gelegenheid van Culturele Hoofdstad 2018 een beeld te plaatsen van de grote Friese geleerde Viglius van Aytta(1507-15770
"Rome was een onvergetelijke belevenis. Ik had daar een bijzondere ontmoeting. Mijn vader was bevriend met Goethe. Toen ik vernam dat hij in Rome was, heb ik hem opgezocht." De Duitse kunstschilder Tischbein heeft hem in Italie geportretteerd.

81. REISVERSLAG VAN ADRIAAN GILLES CAMPER                                                                                                           

 

Adriaan Gilles Camper had ik ook uitgenodigd voor de heropening van het Planetarium. We hadden elkaar acht jaar geleden voor het laatst gezien. 

Ik was erg benieuwd of hij na alle gebeurtenissen van de laatste jaren op mijn uitnodiging zou ingaan en hoe het hem was vergaan. Het laatste wat ik van hem had gehoord was in augustus 1787. Adriaan wilde niet naar zijn vader luisteren en was vertrokken voor zijn Grand Tour en Petrus maakte zich toen grote zorgen omdat hij al enkele maanden niets van hem had vernomen. 

Maar gelukkig, Adriaan kwam, zag er prima uit en bedankte mij voor de uitnodiging.

         

“De twee jaren van mijn ‘Grand Tour’ waren fantastisch”, vertelde hij, “maar het waren tegelijk zorgelijke jaren, zowel voor mijn vader als voor mij. Hij maakte zich zorgen over mijn veiligheid en gezondheid en ik maakte mij zorgen over de gevaren die hem bedreigden als gevolg van de twisten tussen Patriotten en Oranjegezinden. 

Bij aankomst in Livorno ontving ik een brief, waarin hij vertelde, dat hij Franeker was ontvlucht, omdat de Patriotten dreigden Klein Lankum te zullen vernietigen. 

Hij had nog geprobeerd enkele kunstschatten in veiligheid te brengen, maar de meeste bezittingen had hij onbeheerd moeten achterlaten. 

Dat enkele Franeker vrienden de zijde van de Patriotten hadden gekozen vond hij het allerergste”.

Daarop keek hij mij veelbetekenend aan.

“Ik weet wat je bedoelt Adriaan”, antwoordde ik hem. 

“De gebeurtenissen in augustus en september 1787 zijn op een drama uitgelopen, voor mij, mijn vrouw Pietsje en kinderen, en kostbare vriendschappen zijn naar ik vrees voor altijd verbroken. Daarom doet het mij zo goed, dat je hier vandaag bent, bij de heropening van mijn Planetarium”.

Het was echter geen geschikt moment om de ervaringen verder uit te wisselen en ik stelde hem daarom voor een nieuwe afspraak te maken.

Adriaan nodigde mij uit voor een tegenbezoek.

“Dan kunnen we ons gesprek voortzetten en neem ik je mee op mijn ‘Grand Tour’, sprak hij enthousiast en ik herinnerde mij zijn enthousiasme, waarmee hij acht jaar geleden zijn ‘Grand Tour’ had aangekondigd.

In verband met het overlijden van Eelke vond het tegenbezoek pas vele maanden later plaats.

Ik had mij verheugd op het weerzien met Adriaan, maar ik hield een akelig gevoel over aan het korte gesprek tijdens de heropening van het Planetarium. Maar waarom?, want Adriaan had mij allerhartelijkst begroet en toch uitgenodigd voor een tegenbezoek?

Hij vertelde dat hij lang had geaarzeld of hij wel op mijn uitnodiging zou ingaan en “of ik wel de moed had”, zoals hij zei, “ een zeer pijnlijke gebeurtenis ter sprake te brengen”. 

“Mijn vader schreef mij namelijk dat jij en Gadso Coopmans namens het defensiewezen mede een brandbrief hadden ondertekend, gericht aan grietman Bergsma, waarin deze werd bedreigd met het in vuur en vlam zetten van zijn bezittingen. Mijn vader was daarover zeer ontdaan en ik niet minder.”

          Ik heb Adriaan vervolgens uitvoerig verteld over de gebeurtenissen in die twee dramatische maanden, over de verschillende pogingen die we hebben ondernomen om eerst de groeiende tweedracht te voorkomen en later de onheilspellende ontwikkelingen te keren en hoe die verschrikkelijke brandbrief buiten ons medeweten was verzonden.

“Het doet mij goed, dat van jou te horen”, reageerde Adriaan met een zucht,

”het is alleen verschrikkelijk jammer dat mijn vader dit niet meer mag meemaken”.

“Ik vernam het overlijden van jouw vader in 1789, het tweede jaar van mijn ballingschap”, antwoordde ik. “Het was een grote schok voor mij. 

Ik heb onze vriendschap altijd buitengewoon gewaardeerd en zoals jij een pijnlijke gebeurtenis met mij wilde bespreken, zo had ik graag jouw vaders reactie gehoord op een voor mij pijnlijke ervaring, maar misschien had ik ook niet de moed gehad om het ter sprake te brengen.” 

“Je bedoelt zijn toespraak zeker in 1787 bij de terugkeer van WillemV in Den Haag”, reageerde hij onmiddellijk.      

 

Bij die gelegenheid sprak Camper, als voorzitter van de Raad van State, van een door God bestierde en gezegende gebeurtenis en over Patriotten als die ‘snoode landverraders’, dat ’verfoeyelijk onkruyd’.

 

Adriaan vertelde dat hij zich had verbaasd over de negatieve en agressieve manier waarop zijn vader toen over de Patriotten had gesproken. 

“ Zo heb ik mijn vader nooit gekend. Hij sprak nooit oordelend of veroordelend, over wie dan ook. Helaas heb ik er nooit met hem over gesproken, maar ik vermoed dat hij door alle gebeurtenissen zo ontdaan was, zich zo bedrogen voelde door zijn vrienden, dat hij zo heeft gereageerd. Misschien heeft een ambtenaar zijn speech wel geschreven, maar dat doet er ook niet toe, hij was verantwoordelijk voor wat hij heeft gezegd.

Het is jammer dat een man met zo’n staat van dienst zich zo heeft laten gaan. Hij zou ongetwijfeld, na wat jij mij hebt verteld, spijt hebben betuigd. Wellicht zijn wij allen slachtoffers van deze dramatische gebeurtenissen”.

      Zonder mij verder ook maar iets te vragen over mijn ervaringen tijdens mijn ballingschap, begon hij vol enthousiasme te vertellen over zijn ‘Grand Tour’.

         Op een kaart van Italië, had hij de route getekend die hij tijdens zijn ‘Grand Tour’ had gevolgd.

“We beginnen onze reis in Napels. Aan die stad bewaar ik goede herinneringen. Ik had er een huis met balcon, met een werkelijk schitterend uitzicht over de baai van Napels. 

‘s-Nachts kon ik vanuit mijn kamer de gloeiende top van de Vesuvius zien.

Kort voor mijn komst in Napels, had er nog een uitbarsting plaatsgevonden. Vind je dit niet een fantastische tekening?” en hij toonde mij een tekening van die uitbarsting. Ik heb de hellingen met een gids beklommen. De Vesuvius is een onuitputtelijke en verbazingwekkende bron van mineralen en stenen. 

Bij mijn vertrek in december bestond mijn oogst uit twee kisten vol mineralen en stenen. Met de verscheping moest ik tot het voorjaar wachten, omdat er dan minder kans op schipbreuk was. Vanuit Livorno zijn ze toen met de ‘San Antonia de Padova’ naar de Republiek verscheept. 

En je ziet, dat ze veilig zijn aangekomen, want hier in deze vitrines liggen zo’n zeshonderdvijftig voorwerpen, voornamelijk mineralen, maar ook fossielen en geraamten uitgestald”.

          We liepen naar een tafel waarop Adriaan een aantal prenten had uitgespreid. ”Ik heb tijdens mijn reis een verzameling prenten aangelegd van wat mij het meest heeft getroffen. Deze platen van Pompeï, Herculanum en de St. Pieter, het Pantheon en het Colosseum in Rome ontbraken nog in de collectie van mijn vader. Rome was een onvergetelijke belevenis. 

Ik had daar een bijzondere ontmoeting. Mijn vader was bevriend met Goethe.

In ‘86 hadden ze elkaar voor het laatst ontmoet tijdens mijn vaders bezoek aan Duitsland. Vlak daarna zou Goethe voor een rondreis naar Italië vertrekken. Toen ik vernam dat hij in Rome was gearriveerd, heb ik hem opgezocht.

Met “ah der junge Camper” begroette hij mij. Het bleek dat hij een grote bewondering voor mijn vader had. Hij noemde mijn vader ‘ein meteor von geist’. Goethe voelde zich echter ook enigszins door hem gekwetst, want zei hij, “ik heb hem geschreven over een door mij gevonden tussenkaakbeen, een vondst van grote wetenschappelijke waarde, maar jouw vader betwijfelde dat”. Toen Goethe mij naar mijn verdere reisplannen vroeg en vernam dat ik ook naar Padua ging, raadde hij mij aan vooral een bezoek te brengen aan Prato della Valle , "het mooiste plein dat ik ooit heb gezien met beelden van grote geleerden en je moet zeker een bezoek brengen aan de  Hortus van de universiteit ".”Ik heb juist een belangwekkende publicatie afgerond over  een palm die daar in 1585 is geplant. Het werpt een geheel nieuw licht op de metamorphose van het plantenrijk” vertelde Goethe. “Hebt U de publicatie ook aan mijn vader toegestuurd?”, vroeg ik. “Nee, nee”, was zijn antwoord.

 

“Adriaan”, dacht ik, ”kijk mij eens aan, dan moet het je toch opvallen dat

ik mij hier niet zo op mijn gemak voel, want terwijl jij twee fantastische jaren

beleefde, zat ik in de diepste ellende, maar hij had geen oog voor mij en al vertellend beleefde hij zijn twee ‘fantastische jaren opnieuw.

 

“Nu we het dan toch over Padova hebben, kunnen we misschien eerst 

even naar de kast gaan met boeken en prenten uit die stad”, stelde hij voor. 

“Er waren enkele steden in Italie, die ik volgens mijn vader beslist niet mocht overslaan. Een daarvan was Padova, omdat daar, volgens hem, alle uitingen van  wetenschap, kunst en cultuur samenkomen. Je vindt daar In de eerste plaats, de beroemde universiteit in het ‘Palazzo del Bo’, waar door de eeuwen heen, vanaf de stichting in 1222, de grootste geleerden hebben gedoceerd. Ik heb daar op de stoel gezeten vaãn Galileo Galileï en achter de katheder gestaan, vanwaar hij zijn revolutionaire ideeën verkondigde.

Maar de belangrijkste reden van mijn vader om toch vooral Padua te bezoeken, was een bezoek aan dit theater” en Adriaan liet mij een prent zien. “Dit is het oudste anatomisch theater in de wereld. Onder het theater zie je een waterstroompje. Dat was een vluchtroute, om bij onraad het lijk snel te kunnen afvoeren. Het openen van een lichaam was in die oude tijden immers ten strengste verboden en moest daarom in het grootste geheim plaatsvinden”.

       Adriaan toonde mij een boek en een prachtige prent met alle hoogtepunten van ‘Pallazzo del Bo’.

“En dit is een van de hoogtepunten uit de Renaissance” en hij hield een prent omhoog van de ‘Scrovegni kapel’. Als je naar binnen gaat, word je overweldigd door de geweldige kleurenrijkdom van Giotto’s muurschilderingen die misschien alleen  overtroffen worden door de fresco’s van Michelangelo in de Sixtijnse kapel”.

We waren ondertussen al ruim een uur ‘op reis’ en een blik op de kaart leerde mij, dat het eind nog lang niet in zicht was.

       “In Padova vond ik onderdak in ‘Pellegrina’, een herberg voor pelgrims, die op bedevaart zijn en een bezoek brengen aan het graf van de heilige Antonius”. Blijkbaar voelde hij toch dat ik mij niet zo op mijn gemak voelde, want sprak hij: “ misschien is het tijd dat we ons in ‘Pellegrina’ terugtrekken en  een andere keer de ‘Grand Tour’ te vervolgen. Toch eindigde ‘de tour’ nog met een verrassing. “Zoals beloofd bij mijn afscheid in mei ‘87”, zei hij,

“heb ik deze oude kaart van het ‘Ptolemeïsche beeld van het universum’, voor je meegebracht”.

             

Het nare gevoel dat ik na ons eerste gesprek had, was niet verdwenen. Maar Adriaan was toch heel aardig? Hij had mij gastvrij op ‘Klein Lankum’ontvangen en hij had ook nog een kado voor mij meegenomen”, hield ik mij zelf voor. 

Kwam het omdat hij niet had gevraagd hoe het met mij ging na die acht moeilijke jaren in ballingschap? Of, omdat terwijl hij een fantastische tijd had, ik op de vlucht was? 

Misschien, maar er was nog iets dat ik maar moeilijk kon begrijpen.

Ik wilde eigenlijk niet herinnerd worden aan de tijd voor mijn ballingschap.

Zelfs niet aan dingen, die ik toch altijd als plezierig en interessant had ervaren, zoals de verhalen van Adriaan over de rijke cultuur en natuur van Italie.

Maar waarom? Omdat ik niet terug wilde naar het verleden, maar vooruit wilde kijken naar de toekomst? Misschien.

Langzaam drong het tot mij door dat niet de wereld, maar dat ik zelf was veranderd. De Eise van voor de ballingschap was een andere dan na de ballingschap.

Die verandering begon vermoed ik toen mijn plan voor de bouw van een nieuw Planetarium werd afgewezen. En na die eerste avond in Visvliet begreep ik wat er met mij was gebeurd, toen vrienden van mijn Ooievaar mij toespraken en mij langzaam maar zeker van buiten naar binnen trokken, van mijn buitenwereld naar mijn binnenwereld.

        Maar ik wil geen sombere binnenvetter worden, hield ik mijzelf voor.Daar hoefde ik toch ook niet bang voor te zijn, want nog maar kort geleden voelde ik mij blij en enthousiast bij het vooruitzicht van een nieuw tijdperk van hemelonderzoek en ik herinnerde mij de verlichte woorden van Immanuel Kant:

“Kijken naar de wonderen van de sterrenhemel en luisteren naar de stem van het geweten, vervullen mijn geest met steeds toenemende bewondering  en eerbied” .

Ik wil juist werken aan onze plannen van voor de ballingschap: Een land van recht en vrede, waar niet langer het recht van de sterkste, maar het recht  van de zwakste zal gelden”.

En had ik mijzelf toen in Visvliet ook niet voorgehouden dat ik die rijkdom niet voor mezelf wilde houden, maar te gelde wilde maken door ze met anderen tedelen?

 

 

 

                    EISES DIGITALE SCHATKIST

                   LEES, KIJK, DOE EN ONTDEK

 

 

👍      LEES MEER OVER Adriaan Gilles Camper:

 http-::nl.wikipedia.org:wiki:Gebruiker-Wikiklaas:Adriaan_Gilles_Camper

 

 

 

👍Hieronder enkele illustraties bij het reisverslag van Adriaan Gilles Campers bezoek aan Padua.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Padova 'Palazzo del Bo'
'Anatomisch Theater'
'Hortus' met Basiliek van Antonius op achtergrond
Scrovegni kapel
Galileo Galilei
Standbeeld Wigle van Aytta in 2018 temidden van beroemdheden op het Prato della Valle in Padua? Reisverslagen Peter Karstkarel en Gilles Camper

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.

Titus Vierstra | Antwoord 22.08.2014 15.56

Interessant reisverslag!

Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

13.10 | 22:07

Zelfs Nieuwenhuis zelf schrijft aan van Swinden dat Eisinga vanuit Gronau voor het eerst in Enschede aankwam, Maar ik lees hier nu een fantastisch verhaal dank!

...
26.01 | 18:08

Hiel moai hear!

...
29.05 | 21:29

Wat een mooi geheel! zoveel informatie, zoveel wijsheid, zoveel beschaving, en dat al van zo lang geleden! Laten we dit alles in ere houden en vooral: doorgeven

...
12.12 | 16:08

Wat merkwaardig dat de vrouw van Lambertus Nieuwenhuis Emma wordt genoemd. Zij heet in werkelijkheid Catharina (Katharina) van Lochem (1738-1817)

...
Je vindt deze pagina leuk